Skip to content.

Raads- en collegeleden in de regio
Twitter
You are here: Home Ruimtelijke Agenda Verkeer en Vervoer Rijnlandroute Rijnlandroute chronologie 2

Rijnlandroute chronologie 2

Periode 2008 – 2010

Eind 2008 bereikte Holland Rijnland een belangrijke mijlpaal. De projecten in de As Leiden-Katwijk kregen toen de status Randstad Urgent. Rijk, provincie en regio startten onder de naam Integrale Benadering Holland Rijnland (IBHR) een onderzoek naar de RijnlandRoute en RijnGouwelijn-West, in relatie tot wonen en werken in het gebied. In november 2009 was het onderzoek klaar en maakte minister Camiel Eurlings bekend dat het Rijk bereid was bijna 500 miljoen te investeren in de infrastructuur van de As Leiden-Katwijk. Voor de RijnlandRoute ging de voorkeur van de minister hierbij uit naar de variant Zoeken naar Balans. Deze loopt van de A4 via Voorschoten en onderlangs Stevenshof naar de A44, vervolgens over de A44 naar het transferium en vanaf daar via de N206 naar Katwijk. Deze variant kost 844 miljoen euro, aanzienlijk meer dan wat Rijk, provincie en regio aan budget beschikbaar hebben. Er zat daarom niets anders op om faseringsscenario’s te ontwikkelen. Het eindrapport hierover was in mei 2010 gereed.

Van de zeven ontwikkelde scenario’s ging de voorkeur uit naar twee varianten, aangeduid als A en F.
In variant A worden in eerste instantie enkele knooppunten rond Leiden aangepakt, zoals de Tjalmaweg, het knooppunt Leiden-West, de bypass Oostvlietpolder en de verbreding van de A4. De verbinding tussen de A4 en A44 wordt pas in de tweede fase gebouwd.

Rijnlandroute variant A.jpg

Variant F is een groeimodel, waarbij het gehele tracé in één keer wordt aangelegd, maar vooralsnog als 2x1 rijbaan. Verbreding van enkele wegdelen naar 2x2 rijbanen en de overkapping van de verdiepte weg door Voorschoten zitten hierbij in de tweede fase.

Rijnlandroute variant F.jpg

Het bleef niet bij deze twee varianten. Buiten de Integrale Benadering Holland Rijnland ontwikkelde een groep bewoners en deskundigen namelijk de plannen voor de

Nadeel van het plan is wel dat het circa tien procent duurder is dan Zoeken naar Balans uit de IBHR. In mei 2010 hebben de minister en gedeputeerde opnieuw overlegd over de RijnlandRoute en RijnGouwelijn-West. De plannen kwamen korte tijd later ook aan de orde in het overleg van de minister met de Kamer. Maar afgezien van het voorstel om de kosten van de aanpassing van de A4 buiten het budget voor de RijnlandRoute te houden, leverde dit overleg geen extra geld op.

De eerste fase van variant F is begroot op 655 miljoen, terwijl er 522 miljoen beschikbaar is (357 miljoen van het Rijk, 45 miljoen van Holland Rijnland en 120 miljoen van de provincie). In juni heeft het Dagelijks Bestuur van de regio Gedeputeerde Staten een brief gestuurd met voorstellen voor de aanvullende financiering van het project. Het bestuur stelt in deze brief voor om naast de RijnlandRoute ook de RijnGouwelijn-West te faseren. Dit kan door de tak naar Noordwijk door te schuiven naar de tweede fase. Het is volgens het regiobestuur namelijk verstandiger beide projecten te faseren, dan het risico te lopen dat er door een complete aanleg van de sneltram niet genoeg geld overblijft voor de RijnlandRoute. Het uitstel van de tak naar Noordwijk levert 78 miljoen op voor de RijnlandRoute. Verder stelt het bestuur voor het budget te verhogen met 10 miljoen uit de grondexploitatie van Valkenburg en het regionale bedrijfsleven een bijdrage te vragen van vijf miljoen euro. Dit bedrag zou moeten worden geïnd via een heffing op de ozb-belasting. In de brief aan de Gedeputeerde Staten stelt het Dagelijks Bestuur ook voor dat de provincie de risico-opslag van 30 procent en de directiekosten van het project voor eigen rekening neemt.

Maar naast dit extra geld blijft het volgens het Dagelijks Bestuur ook noodzakelijk de regiogemeenten, buiten het RIF om, nog eens 37,5 miljoen extra te vragen (45 miljoen inclusief btw). Het voorstel hiervoor is op 15 september besproken op een bijeenkomst voor collegeleden en een week later ook gepresenteerd aan raadsleden. Het idee is dat de gemeenten Leiden en Katwijk, die het meeste voordeel hebben bij de RijnlandRoute, 25 miljoen bijdragen. De resterende 12,5 miljoen wordt bijeengebracht in 2023-2024, met gebruikmaking van de verdeelsleutel van het RIF. Het voorstel is in oktober en november 2010 voorgelegd aan de raden van de twaalf oorspronkelijke Holland Rijnland-gemeenten. De gemeenten Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Rijnwoude nemen nog geen deel aan de bestuursovereenkomst. Zij zijn lid geworden van Holland Rijnland op 1 april 2010, toen de onderhandelingen met provincie en Rijk over de RijnlandRoute en RijnGouwelijn-West al in volle gang waren. In tegenstelling tot de oorspronkelijke twaalf Holland Rijnland-gemeenten nemen deze gemeenten bovendien niet deel aan het RIF.

Op 30 november heeft het Algemeen Bestuur vergadert over onder ander de financiering van de RijnlandRoute. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 30 november jl. is besloten dat de regio extra bijdraagt aan de RijnlandRoute. De gemeenten Leiden en Katwijk betalen hiervan gezamenlijk 25 miljoen euro. Alle gemeenten die meedoen aan het Regionaal Investeringsfonds werd gevraagd 12,5 miljoen euro bij te dragen. De gemeente Leiderdorp kon hier niet mee instemmen maar de overige gemeenten wel. De gemeente Voorschoten heeft wel als voorwaarde voor haar extra bijdrage gesteld dat de Churchill Avenue-variant wordt aangelegd. De gemeente Voorschoten onderzoekt op dit moment de mogelijkheid of voor de realisatie van de Churchill Avenue nog een extra bijdrage kan worden geleverd.

Door het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland is daarbij bepaald dat de regionale bijdrage alleen wordt toegekend als de RijnlandRoute voldoende verkeersdoorstroming biedt tussen de A4 en de aansluiting van de N206 in Katwijk. Dit moet blijken uit de verkeers-berekeningen in het kader van de MER.

Lees meer over de periode 2003-2007

Versiedatum: 27 december 2010

Links/Downloads