 |
|
 |
 |
 |
 |
Nieuwsbrief Aflevering 154 [ 31 augustus 2010 ] |
 |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Portefeuillehoudersoverleg Sociale Agenda
Het Portefeuillehoudersoverleg Sociale Agenda wordt gehouden op donderdag 9 september van 13.30 tot 16.30 uur in het gemeentehuis van Noordwijk. Algemeen - De voorstellen voor harmonisatie van de gemeenten uit de Rijnstreek bij de overige Holland Rijnland-gemeenten.
- De subsidieaanvraag voor de Regionale Agenda Samenleving (RAS) 2011.
Arbeidsmarktbeleid en participatie - De doelen en financiering van de volwasseneneducatie in 2011.
- Regionale afstemming beleidsuitgangspunten Wet investeren jongeren.
- Het Ketenjaarplan van UWV Werkbedrijf Leiden, UWV Werkbedrijf Lisse en de sociale diensten in de regio met de plannen en afspraken voor het begeleiden van werkzoekenden in 2010.
- De deelname aan het fysiek leerwerkloket Rijn-Gouwe. Dit loket is een informatiepunt voor werkgevers en werknemers met vragen over de mogelijkheden van op-, om- en bijscholing van (zittend) personeel.
Agenda en stukken zijn te vinden op www.hollandrijnland.net via deze link.
|
 |
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Colleges willen samenwerken bij bedrijfsvoering gemeentelijke organisatie
De colleges van Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude hebben besloten tot samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering. Er komt een “shared servicecenter”, dat de gemeenten diensten levert op de terreinen van personeelszaken, financiën, facilitaire zaken, ict, juridische zaken en inkoop. Het voorstel wordt dit najaar voorgelegd aan de betrokken gemeenteraden. De samenwerking van Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude heeft tot doel de bedrijfsvoering verder te verbeteren. Het shared servicecenter, dat Servicepunt71 is gedoopt, bundelt de krachten van de vier gemeenten. Zij zijn daardoor minder kwetsbaar, beschikken over professionelere en deskundigere medewerkers en kunnen de arbeidskracht efficiënter inzetten. De nieuwe organisatie biedt gemeenten de mogelijkheid zich meer te richten op hun hoofdtaak en levert daarmee ook voor burgers een meerwaarde op. De samenwerking van de vier gemeenten is vrij uniek voor Nederland, maar een vergelijkbare samenwerking in de Drechtsteden heeft bewezen dat het werkt. De voordelen van de samenwerking blijken uit het bedrijfsplan, dat tot stand kwam na onderzoek door interne medewerkers en enkele externe specialisten. De colleges willen op 1 januari 2011 starten met Servicepunt71. Vanaf september 2011 kunnen de onderdelen dan een voor een overgaan, te beginnen met ict en inkoop. Bij Servicepunt71 werken straks medewerkers van alle betrokken gemeenten. In totaal gaat het om ongeveer 260 fte. De vier gemeenteraden zijn geïnformeerd. In het najaar beslissen de raden of ze de colleges van Burgemeester en Wethouders toestemming verlenen om de gemeenschappelijke regeling te sluiten en of zij de benodigde financiële middelen beschikbaar stellen. (bron: persbericht gemeente Leiden)
|
 |
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Conclusie onderzoek ministerie: Wgr-plusregio’s functioneren goed
De Wgr-plusregio’s functioneren goed. De in de wet genoemde taken en verplichtingen van deze regio’s zijn alle uitgevoerd. Daarnaast hebben de regio’s invulling gegeven aan de in de wet beoogde maatschappelijke doelstellingen. De Wgr-plusregio’s spelen een belangrijke rol in het realiseren van een regionale dynamiek, waarin tegenstellingen tussen gemeenten worden overbrugd en de regio’s als geheel in Nederland en Europa op de kaart komen. De deelnemende gemeenten ervaren meerwaarde, terwijl medewerkers van relevante vakdepartementen van mening zijn dat de Wgr-plusregio’s een goede bijdrage leveren aan het sectorale beleid. Provincies wijzen de Wgr-plusregio’s af, omdat de regio’s de provincies belemmeren in de wens integrale verantwoordelijkheid te dragen voor ruimtelijke ordening. Dit zijn de belangrijkste resultaten van het evaluatie-onderzoek van de Wijzigingswet Wgr-plus, dat is uitgevoerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Op basis van de resultaten komt het ministerie tot de conclusie dat de wet uit 2006 niet hoeft te worden aangepast. Het onderzoek heeft zich geconcentreerd op de vraag of de doelstellingen van de wet zijn gerealiseerd. Hiervoor zijn zeven concrete vragen onderzocht. - Is er in de plusregio’s sprake van regionale agendavorming en -uitvoering?
- Op welke wijze functioneert het uitvoerend apparaat van de plusregio en in hoeverre draagt dit bij aan het functioneren van de plusregio?
- Welke taken hebben de plusregio’s daadwerkelijk uitgevoerd en zijn daarmee de beoogde maatschappelijke effecten behaald?
- In hoeverre zijn de plusregio’s in staat een antwoord te geven op de specifieke vragen in hun regio?
- Op welke wijze is besluitvorming ingericht en zijn de besturen van de deelnemende gemeenten hierbij betrokken?
- Op welke wijze is de relatie met de provincie ingevuld?
- Aan welke (bestuurlijke) voorwaarden moet een regio voldoen om in aanmerking te komen voor de vorming van een plusregio?
Volgens het ministerie was het verzamelen en analyseren van de noodzakelijke informatie in de praktijk niet eenvoudig. Informatie over de resultaten van de Wgr-plusregio’s is niet altijd voor alle regio’s in dezelfde vorm en diepgang beschikbaar. Als er al prestatiegegevens beschikbaar zijn, is de waardering daarvan evenmin simpel, omdat de bijzondere positie en omstandigheden van Wgr-plusregio’s ijking van de prestaties met die in andere gebieden in Nederland niet toelaten. Daarom voert in het rapport een meer kwalitatieve beoordeling van de prestaties de boventoon, gebaseerd op gefragmenteerd feitenmateriaal en aangevuld met informatie uit interviews met betrokkenen. Meer informatie: het eindrapport is te vinden op de website van het ministerie van Binnenlandse Zaken via deze link.
|
 |
 |
|
 |
|
 |