 |
|
 |
 |
 |
 |
Nieuwsbrief Aflevering 156 [ 29 september 2010 ] |
 |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Dagelijks Bestuur Holland Rijnland
--- Agenda vergadering 7 oktober 2010 --- De volgende vergadering van het Dagelijks Bestuur is op 7 oktober 2010. Op de voorlopige agenda staan de volgende onderwerpen: - Het Randstad Urgent-project Integrale Benadering Holland Rijnland.
- Het stappenplan voor de besluitvorming in het Algemeen Bestuur over de RijnlandRoute/RijnGouwelijn-West in het kader van de Integrale Benadering Holland Rijnland.
- Het Actieplan Verkeersveiligheid Holland Rijnland 2011-2013.
- De vertegenwoordiging van Holland Rijnland in de Bestuurlijke Regie Schiphol.
- De agenda’s van de portefeuillehoudersoverleggen van december 2010.
De volgende vergadering is op 21 oktober 2010. --- Kort verslag vergadering 23 september 2010 ---
- Integrale Benadering Holland Rijnland. Het Dagelijks Bestuur heeft de stand van zaken van de Integrale Benadering Holland Rijnland besproken, waarbij onder andere is teruggeblikt op de raadsledenbijeenkomst van 22 september 2010. Er gaat een brief uit naar de raden van de vijftien gemeenten waarin het voorstel voor het Algemeen Bestuur over de Integrale Benadering wordt toegelicht.
- Het Dagelijks Bestuur heeft ingestemd met de gunning van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (“RegioTaxi”).
- Het Dagelijks Bestuur heeft de brief aan het college van Leiden vastgesteld met de reactie van Holland Rijnland op het besluit om in de Oostvlietpolder geen bedrijventerrein aan te leggen.
- Regionaal Groenprogramma. Het Dagelijks Bestuur heeft ingestemd met het verzoek van het Cluster Stedelijke Agglomeratie voor een bijdrage aan vijf groenprojecten in de regio. Hierbij gaat het om de Noordoever van het Oegstgeester kanaal, het regionaal archeologisch park/groene schakel Matilo, de stad-landverbinding Leiden-West, de stad-landverbinding Leiden-Noord en de stad-landverbinding Leiden-Oost. Het Dagelijks Bestuur heeft met het oog op de ontwikkelingen rond het gebied de bijdrage aan het plan voor de Oostvlietpolder aangehouden. In totaal is met de vijf plannen een bedrag gemoeid van circa 2,3 miljoen euro.
- Het Dagelijks Bestuur heeft ingestemd met het voorstel voor de financiering en het onderhoud van het fietsknooppuntensysteem in acht Holland Rijnland-gemeenten.
- Het Dagelijks Bestuur is akkoord gegaan met het voorstel om het Regionaal Economisch Overleg Rijn- en Bollenstreek te integreren in het Portefeuillehoudersoverleg Economische Zaken van Holland Rijnland.
- Samenstelling Algemeen Bestuur. Het Dagelijks Bestuur constateert dat niet wordt uitgesloten dat één of meer gemeenten zich niet wensen te conformeren aan een andere invulling dan door hen zelf aangegeven. Als dat in de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur het geval blijkt te zijn, dan is de logische conclusie dat de discussie over de samenstelling van het Algemeen Bestuur stopt. En de samenstelling blijft zoals het nu is.
- Het Dagelijks Bestuur heeft ingestemd met het Convenant Zorg- en Adviesteams Holland Rijnland.
- Het Dagelijks Bestuur heeft besloten de vergadering van het Algemeen Bestuur te verzetten naar 30 november. De vergaderlocatie wordt later bekend gemaakt.
- Het Dagelijks Bestuur heeft de besluitenlijsten van de portefeuillehoudersoverleggen van begin september besproken.
- Tot slot heeft het Dagelijks Bestuur het overzicht besproken van de gevolgen van de Kabinetsplannen die bekend zijn gemaakt op de Derde Dinsdag in September.
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Monitor woningbouwplannen 2010 Holland Rijnland
Het samenwerkingsverband Holland Rijnland heeft de monitor woningbouwplannen 2010 uitgegeven. Hierin zijn cijfers en feiten verzameld over de plannen voor woningbouw in de regio Holland Rijnland. De monitor wordt gebruikt om de plannen goed en overzichtelijk in de gaten te houden. Niet alleen voor de hele regio, maar ook per gemeente. De monitor woningbouwplannen geeft antwoorden op de vragen: Worden er voldoende nieuwe woningen gebouwd? Hoe ontwikkelt de bevolking zich? Hoeveel huizen heeft elke gemeente de komende jaren op de rol staan? Hoe gaat het met de voortgang? Ook de gegevens van de sinds 1 april jl. aangesloten Holland Rijnland-gemeenten Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Rijnwoude zijn in de monitor opgenomen. Holland Rijnland top woonregio Holland Rijnland is een top woonregio met ongeveer 525.000 inwoners en wil dat ook graag blijven. Maar er is een flink probleem. Al heel lang is er sprake van een fors woningtekort in de regio. Mede daardoor zijn de woningprijzen hoog en is de wachttijd voor een huurwoning lang. Ook gaan er meer mensen uit de regio weg dan er zich in vestigen. Het is belangrijk dat er voldoende woningen worden gebouwd voor de huidige inwoners, maar ook voor een sterke regionale economie. Afspraken productie woningen De twaalf gemeenten, die tot 1 april 2010 de regio Holland Rijnland vormden, hebben met elkaar en met het Rijk en de provincie afspraken gemaakt over de woningbouwproductie tot 2020. Deze afspraken en ambities zijn in de Regionale Woonvisie 2009-2019 en de Regionale StructuurVisie 2020 van Holland Rijnland vastgelegd. De productie van woningen in de periode 2000 tot 2010 is echter flink achtergebleven. Daarom is afgesproken de voortgang goed te monitoren om zo snel mogelijk op eventuele vertragingen of problemen te kunnen reageren. De monitor woningbouwplannen bevat ook relevante gegevens over de samenstelling van de bevolking en de woningvoorraad van alle vijftien gemeenten. Deze publicatie is daarmee tegelijk een handig naslagwerk met informatie over de bevolking en de woningvoorraad van de Holland Rijnland-gemeenten. (persbericht Holland Rijnland) De monitor woningbouwplannen van Holland Rijnland is te downloaden via www.hollandrijnland.net/publicaties.
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Regiobestuur onderzoekt extra bijdrage gemeenten aan RijnlandRoute
Het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland onderzoekt mogelijkheden om het tekort op de begroting van de RijnlandRoute te dichten. Het bestuur wil de gemeenten te vragen nog eens 37,5 miljoen euro aan het project bij te dragen. Haast is geboden, want op 1 december 2010 willen de regio, provincie en het Rijk definitieve afspraken maken over de financiering van de RijnlandRoute en de RijnGouwelijn-West. Het plan is om de gemeenten Leiden en Katwijk te vragen 25 miljoen van de 37,5 miljoen voor hun rekening te nemen. De resterende 12,5 miljoen zou dan worden verdeeld over de regiogemeenten. Het bedrag van 37,5 miljoen komt bovenop het bedrag van 37,5 miljoen dat de gemeenten al bijeenbrengen voor de RijnlandRoute via het Regionaal Investeringsfonds (RIF). De regiogemeenten hebben in 2007 besloten dit fonds in te stellen om de eigen bijdrage aan vijf regionale projecten, waaronder de RijnlandRoute en de RijnGouwelijn-West, te betalen. De extra bijdrage valt buiten het RIF, maar het is wel de bedoeling om voor de aanvullende 12,5 miljoen dezelfde verdeelsleutel als bij het RIF te gebruiken. Het Dagelijks Bestuur wil ook voorstellen de gemeente Voorschoten een extra financiële bijdrage te vragen. Hiermee kan het verschil in kosten tussen de zogeheten tracévarianten F en Churchill Avenue worden weggewerkt. Het is de bedoeling dat de regio en de provincie zich in maart 2011 voor één van beide varianten uitspreken. Binnenkort ontvangen de regiogemeenten een uitgewerkt voorstel voor de financiering van de RijnlandRoute, ter bespreking in de raden en het Algemeen Bestuur. Bijeenkomst Het voorstel voor de extra bijdrage is bekend gemaakt tijdens de bijeenkomst voor raadsleden van de Holland Rijnland-gemeenten op 22 september in Leiden. Tijdens deze bijeenkomst informeerden Holland Rijnland-voorzitter Henri Lenferink en de portefeuillehouders Leendert de Lange (Verkeer en Vervoer) en Jos Wienen (Ruimte) de circa 150 aanwezige raadsleden over de RijnlandRoute en de mogelijkheden om het tekort op de begroting van deze nieuwe wegverbinding tussen A4-A44 en de N206 bij Katwijk te dichten. Het Dagelijks Bestuur en de provincie onderzoeken momenteel diverse faseringsvarianten, waarbij variant F en de Churchill Avenue de voorkeur genieten. Bij variant F wordt de complete RijnlandRoute aangelegd via Voorschoten en onderlangs Stevenshof, maar in een uitgeklede versie, die later wordt gecompleteerd. De Churchill Avenue is een burgerinitiatief, dat uitgaat van een ondertunneling van de Churchilllaan en Dr. Lelylaan in Leiden. Met de eerste fase van de nieuwe wegverbinding is een bedrag gemoeid van circa 738 miljoen euro. Er is tijdens de bijeenkomst ook kort ingegaan op de Noordelijke Ontsluiting Greenport en de situatie rond de RijnGouwelijn. De Leidse verkeerswethouder Robert Strijk lichtte het rapport van de commissie Staal toe, dat eerder die dag was verschenen. Een uitgebreid verslag met foto’s, de handout van de presentaties en andere informatie zijn te vinden op www.hollandrijnland.net via deze link.
|
 |
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Advies Commissie Staal: “Leiden moet regie voeren over inpassing RijnGouwelijn”
Het is niet wenselijk of noodzakelijk en juridisch onhaalbaar voor de gemeente Leiden om niet mee te werken aan de aanleg van de RijnGouwelijn in de stad. Dat is het advies van de Commissie Hoogwaardig Openbaar Vervoer Leiden, dat woensdag 22 september is overhandigd aan het Leidse college van burgemeester en wethouders. De commissie vindt dat Leiden de regie moet nemen over de inpassing op het eigen grondgebied en hierover in overleg moet treden met de provincie Zuid-Holland. Het Leidse college heeft de Commissie Hoogwaardig Openbaar Vervoer Leiden ingesteld in juni 2010. De commissie, onder voorzitterschap van mr. B. Staal, kreeg de opdracht na te gaan “hoe hoogwaardig openbaar vervoer in en om Leiden kan worden bevorderd, in relatie tot de standpuntbepaling door Leiden rond de RijnGouwelijn”, en om aan te geven wat hierin de juridisch-financiële positie is van de gemeente Leiden. De Commissie stelt vast dat de gemeente Leiden geen bezwaar heeft tegen de RijnGouwelijn als regionaal vervoersconcept. De bijdrage die een dergelijke hoogwaardige openbaar vervoersverbinding biedt aan breed gedragen lokale en regionale (bereikbaarheids-)doelstellingen, staat niet ter discussie. Verder constateert de commissie dat, als Leiden niet zelf een bestemmingsplan opstelt voor de RijnGouwelijn, de provincie zeer waarschijnlijk gebruik maakt van haar bevoegdheid om de RijnGouwelijn via een inpassingsplan aan te leggen. Dit maakt dat de commissie als uitgangpunt heeft genomen dat de RijnGouwelijn, hetzij door de gemeente, hetzij door de provincie, wordt gerealiseerd over het grondgebied van de gemeente Leiden. De commissie onderkent dat sprake is van recente ontwikkelingen op onder meer ruimtelijk-economisch en vervoerskundig gebied, die gevolgen kunnen hebben voor de RijnGouwelijn. Voorbeelden hiervan zijn wijzigingen in het bouwvolume en realisatietempo van woningen en kantoren op locaties langs het voorgenomen tracé van de RijnGouwelijn en de verwachte intensivering van de NS-dienstregeling op onder meer het tracé Leiden - Alphen aan den Rijn – Gouda. De Commissie ziet in deze ontwikkelingen echter onvoldoende juridische grond voor de gemeente Leiden om de afgesloten bestuursovereenkomsten te ontbinden. De ruimtelijk-economische en vervoerskundige ontwikkelingen zijn voor de gemeente Leiden wel voldoende aanleiding om het bestuurlijke gesprek met de provincie Zuid-Holland aan te gaan. De commissie acht het wenselijk dat gemeente en provincie komen tot een gezamenlijke oplossing en aanpak, om verdere escalatie van het conflict te voorkomen. Vertrekpunt voor een gezamenlijke oplossing ligt in een door Leiden op te stellen geactualiseerde strategische visie op de Leidse binnenstad en het op basis hiervan maken van gezamenlijke afspraken over de ruimtelijke inpassing van de RijnGouwelijn in Leiden. Leiden dient bij het ontwikkelen van deze visie ook haar bestuurlijke verantwoordelijkheid als centrumstad in de regio te nemen. Tot slot wijst de commissie erop dat tot nu toe geen afweging van de milieueffecten van het totale tracé, van tracéalternatieven en van andere vormen van hoogwaardig openbaar vervoer heeft plaatsgevonden. De Commissie adviseert het Leidse college wat dit betreft het zekere voor het onzekere te nemen en een MER (milieueffectrapport) op te stellen, alvorens het bestemmingsplan voor te leggen aan de gemeenteraad. Reacties Gedeputeerde Asje van Dijk zei kort na het verschijnen van het rapport dat hij kennis heeft genomen van het advies van de Commissie Staal. “Het is nu aan het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Leiden om een standpunt in te nemen. Dat zie ik vol vertrouwen tegemoet.” Tijdens de raadsledenbijeenkomst van 22 september over de Integrale Benadering Holland Rijnland zei de Leidse wethouder Robert Strijk dat hij blij was met het verschijnen van het advies, maar dat hij er verder nog niet inhoudelijk op in kon gaan. “We hebben gemerkt dat door de ontwikkelingen van de afgelopen tijd bij andere gemeenten en overheden vraagtekens zijn gerezen over de betrouwbaarheid van de gemeente Leiden als het gaat om regionaal genomen beslissingen. Wij zullen als gemeentebestuur alles op alles zetten om dat vertrouwen te herstellen,” aldus Strijk. Op 5 oktober maakt het Leidse college zijn standpunt bekend. (bron: persberichten gemeente Leiden en provincie Zuid-Holland). Het volledige rapport “Sleutel tot een stap voorwaarts” van de Commissie Hoogwaardig Openbaar Vervoer Leiden is te vinden op www.leiden.nl/commissieHOVL De stukken staan ook op www.hollandrijnland.net op de pagina’s over de RijnGouwelijn.
|
 |
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Begroting 2011: provincie anticipeert op bezuinigingen
De provincie Zuid-Holland houdt bij haar laatste begroting tijdens de collegeperiode rekening met forse kortingen op het provinciefonds. In de Begroting 2011 reserveert de provincie twaalf miljoen euro. Er zijn geen nieuwe investeringen begroot; het tarief voor motorrijtuigenbelasting in Zuid-Holland (heffing provinciale opcenten) blijft volgend jaar gelijk. De provincies worden met ingang van 1 januari 2011 geconfronteerd met een korting op het provinciefonds van jaarlijks driehonderd miljoen euro. Het aandeel van de provincie Zuid-Holland hierin is twaalf miljoen euro. Een verdere korting op het provinciefonds is waarschijnlijk, net zoals bezuinigingen op de zogeheten doeluitkeringen, zoals het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) en de Brede Doeluitkeringen Verkeer en Vervoer (BDU). Stroomlijning provincie In de afgelopen collegeperiode heeft de provincie Zuid-Holland al ruimschoots maatregelen genomen om de begroting gezond te houden. Als eerste provincie in Nederland heeft Zuid-Holland zich de afgelopen jaren met het programma Provincie Nieuwe Stijl (PNS) gericht op haar kerntaken. Diverse subsidies en taken zijn afgebouwd. In de begrotingsjaren 2008 tot en met 2010 heeft PNS twaalf miljoen euro aan besparingen opgeleverd. Samen met het programma Organisatie van de Toekomst (OvT) dat een efficiënter, afgeslankt provincieapparaat voorstond, is het aantal voltijdbanen sinds 2007 afgenomen met ruim 300. Uitvoering coalitieakkoord, geen nieuwe investeringen In de Begroting 2011 zijn geen nieuwe investeringen opgenomen. Hiervoor is gekozen met het oog op de eerdergenoemde bezuinigingen en de komst van een nieuw college (op 2 maart 2011 zijn de Provinciale Statenverkiezingen). Wel worden de lopende beleidsvoornemens, zoals afgesproken in het coalitieakkoord 2007-2011, uitgevoerd volgens planning. Daarmee blijft de provincie op koers liggen met het uitvoeren van de offensieven die in het coalitieakkoord waren geformuleerd. Enkele grote investeringen die in 2011 nog op stapel staan: - Grondverwerving van 375 hectare in de Ecologische Hoofdstructuur.
- Ingebruikname van het Stedenbaanstation Sassenheim; grootschalig onderhoud aan 21 wegtrajecten met een totale lengte van 95 kilometer; 33 kilometer aan nieuwe of verbeterde fietspaden; vierhonderd nieuwe fietsstallingsplaatsen en 230 parkeerplaatsen bij stations.
- Herstructurering van 75 bedrijventerreinen. In totaal is tot en met 2010 770 hectare aan bedrijventerreinen in Zuid-Holland geherstructureerd.
- Uitrollen van Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD) in Zuid-Holland die de milieutaken (vergunningverlening en handhaving) voor gemeenten en provincie gaan uitvoeren.
- Uitvoering van het project Zandmotor: kustversterking door middel van zandsuppleties voor de Delflandse kust.
- Wachttijden voor jeugdzorg moeten in 2011 zijn teruggebracht tot maximaal vijf weken. Voor eind 2010 beoogt de provincie de wachttijd naar maximaal zeven weken te hebben teruggebracht.
Randstedelijke Rekenkamer De provincie heeft de Randstedelijke Rekenkamer opdracht gegeven om de afspraken zoals gemaakt in het coalitieakkoord van de provincie af te zetten tegen de behaalde resultaten. De rapportage wordt eind dit jaar verwacht. (bron: provincie Zuid-Holland).
|
 |
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Over Holland Rijnland
Holland Rijnland is het samenwerkingsverband van vijftien gemeenten in het noordelijke deel van Zuid-Holland: Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Noordwijkerhout, Oegstgeest, Rijnwoude, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. In Holland Rijnland werken deze gemeenten vrijwillig, maar niet vrijblijvend, aan belangrijke gezamenlijke ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, natuur en landschap, verkeer en vervoer, samenleving en welzijn. Met 525.000 inwoners is Holland Rijnland de derde regio in Zuid-Holland. De regio ligt op een scharnierpunt van de Randstad tussen de verstedelijkte gebieden van Amsterdam, Den Haag en Utrecht. De vijftien Holland Rijnland-gemeenten werken samen op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Meer informatie over de intergemeentelijke samenwerking is te vinden op www.holllandrijnland.net via deze link. De spelregels voor de samenwerking zijn te vinden via deze link.
|
 |
 |
|
 |
|
 |