 |
|
 |
 |
 |
 |
Nieuwsbrief Aflevering 161 [ 8 december 2010 ] |
 |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Algemeen Bestuur Holland Rijnland
--- Kort verslag vergadering 30 november 2010 --- Het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland vergaderde dinsdag 30 november in het stadhuis van Alphen aan den Rijn. Extra bijdrage regio voor RijnlandRoute In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 30 november is besloten dat de regio extra bijdraagt aan de RijnlandRoute. De gemeenten Leiden en Katwijk betalen hiervan gezamenlijk 25 miljoen euro. Alle gemeenten die meedoen aan het Regionaal Investeringsfonds werd gevraagd 12,5 miljoen euro bij te dragen. De gemeente Leiderdorp kon hier niet mee instemmen, maar de overige gemeenten wel. De gemeente Voorschoten heeft wel als voorwaarde voor haar extra bijdrage gesteld dat de Churchill Avenue-variant wordt aangelegd. De gemeente Voorschoten onderzoekt op dit moment de mogelijkheid of voor de realisatie van de Churchill Avenue nog een extra bijdrage kan worden geleverd. Het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland heeft daarbij, op voorstel van de Katwijkse delegatie, bepaald dat de regionale bijdrage alleen wordt toegekend als de RijnlandRoute voldoende verkeersdoorstroming biedt tussen de A4 en de aansluiting van de N206 in Katwijk. Dit moet blijken uit de verkeersberekeningen in het kader van de milieu-effectrapportage (mer) voor de nieuwe weg. Daarmee is het grootste deel van de beoogde extra bijdrage gerealiseerd. Zoals gezegd verbindt de gemeente Voorschoten aan haar bijdrage wel de voorwaarde dat het de Churchill Avenue wordt en niet de F-variant. Voor de overige gemeenten die bereid zijn extra bij te dragen kan het beide worden, mits goed ingepast en mits de variant zorgt voor voldoende doorstroming tussen de A4 en de N206 in Katwijk. Zie ook het persbericht over de extra bijdrage aan het RIF. Brief Holland Rijnland over financiering RijnlandRoute aan minister Schultz van Haegen. Brief over financiering RijnlandRoute aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. Regionale bijdrage voor Noordelijke Ontsluiting Greenport De verbetering van de bereikbaarheid van de Duin- en Bollenstreek is een flinke stap dichterbij gekomen. Het Algemeen Bestuur heeft de principeverdeling vastgesteld voor de regionale bijdrage van 37,5 miljoen euro uit het Regionaal Investeringsfonds voor de verbinding N205/N206, de verbetering van het openbaar vervoer en diverse verkeersmaatregelen in het ‘middengebied’ van de Duin- en Bollenstreek. Het Algemeen Bestuur wil 12,5 miljoen euro uittrekken voor de verbinding tussen de N205/N206. Tijdens een Breed Bestuurlijk Overleg op 15 november hebben de overige betrokken overheden (de provincies Noord- en Zuid-Holland, de Stadsregio Amsterdam en de gemeenten in het gebied) toegezegd ook te willen bijdragen aan dit project. Voor de verbetering van het openbaar vervoer tussen Schiphol en de Duin- en Bollenstreek wil het Algemeen Bestuur 5 miljoen reserveren. Met dit geld kan een brug worden aangelegd over de Ringvaart bij Lisse als onderdeel van een hoogwaardige busverbinding in aansluiting op de Zuidtangent. Voor de maatregelen in het ‘middengebied’ van de Duin- en Bollenstreek wil het Algemeen Bestuur tot slot 20 miljoen euro beschikbaar stellen. Dit geld is bestemd voor de aansluitingen van de N444 en N443 op de geplande noordelijke randweg bij Voorhout, de aanpak van de doorstroming bij de Nagelbrug in Voorhout, het aanpassen van de aansluiting van de N206 op de Beeklaan in Noordwijk, de aanpassing van de brug en spoorkruising bij Piet Gijzenbrug in Noordwijkerhout en de aanpassing van de rotonde N443/N208 in Teylingen. De verdeling van het geld is indicatief. Zodra de projecten verder zijn uitgewerkt, maakt het Algemeen Bestuur een definitieve verdeling. Holland Rijnland-gemeenten bezuinigen Het Algemeen Bestuur heeft vorige week dinsdag ingestemd met een bezuiniging van vijf procent op de bijdrage van de gemeenten aan het samenwerkingsorgaan. De gemeenten willen deze bezuiniging bereiken door de project- en materiële kosten van de regio met 340.000 euro terug te dringen. Daarnaast wil het Algemeen Bestuur de financiële gevolgen van de salarisstijging voor ambtenaren in 2011 binnen de begroting opvangen. Hetzelfde gebeurt met de prijsstijgingen in 2010 en 2011. De feitelijke bezuiniging op de regiobegroting bedraagt hiermee 8,7 procent. Aanpak voortijdig schoolverlaten De Holland Rijnland-gemeenten gaan extra werk maken van het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Het Algemeen Bestuur heeft hiervoor op 30 november een ‘beleidsagenda’ vastgesteld. Op basis van dit plan maken de betrokken gemeenten, scholen en organisaties concrete afspraken over de verdere aanpak en financiering van het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Het Algemeen Bestuur heeft vorige week dinsdag ook het jaarverslag van het Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland over het schooljaar 2009-2010 vastgesteld. Zie hiervoor het persbericht verderop in deze nieuwsbrief. Overige besluiten Het Algemeen Bestuur heeft besloten de discussie over de samenstelling van het bestuur door te schuiven naar een volgende vergadering. Tot slot heeft het Algemeen Bestuur de uitkering van de woningbouwsubsidies in het kader van het Besluit Locatiegebonden Subsidies (BLS) vastgesteld.
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Dagelijks Bestuur Holland Rijnland
De volgende vergadering van het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland is op donderdag 16 december 2010. De volgende onderwerpen staan op de agenda. - De stand van zaken van het Randstad Urgent-project Integrale Benadering Holland Rijnland en de RijnlandRoute.
- De harmonisatie van de bijdrage van Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Rijnwoude aan het Regionaal Platform Arbeidsmarkt Rijn-Gouwe.
- De gevolgen van de nieuwe inkomensgrens voor de woonruimteverdeling.
- De reactie van de Holland Rijnland-gemeenten op de Agenda Landbouw van de provincie Zuid-Holland.
- De opdrachtverlening aan de onderwijsbegeleidingsdienst in 2011.
- De opdrachtverlening aan de cultuurnetwerkers in 2011.
--- Kort verslag vergadering 3 december 2010 ---
De vorige vergadering van het Dagelijks Bestuur was op vrijdag 3 december. De volgende onderwerpen zijn besproken: Samenvoeging plannen Holland Rijnland en Rijnstreek Het Dagelijks Bestuur heeft het plan van aanpak goedgekeurd voor het samenvoegen van de plannen van Holland Rijnland en die van de gemeenten uit de Rijnstreek, de zogeheten beleidsharmonisatie. In concreto gaat het hier om de aanpassing van de OV-visie Holland Rijnland, het uitvoeringsprogramma van het Regionaal Verkeer- en Vervoerplan, het Regionaal Groenprogramma, de Kantorenstrategie Holland Rijnland en de Bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland. Voor het aanpassen van het Regionaal Verkeer- en Vervoerplan wil het Dagelijks Bestuur een reguliere aanbesteding doen. Geld voor groenprojecten Veenweide en Plassen De regio stelt in het kader van het Regionaal Groenprogramma Holland Rijnland 321.172 euro beschikbaar voor groenprojecten in de Boterhuispolder en de Eendenkooi Warmond. Het geld is afkomstig uit het Regionaal Investeringsfonds. Naast bijdragen voor de RijnlandRoute, de RijnGouwelijn, de Noordelijke Ontsluiting Greenport en de Greenport Duin- en Bollenstreek is in dit fonds ook 20 miljoen euro gereserveerd voor groenprojecten in de regio. De regionale bijdrage is een co-financiering. De betrokken gemeenten moeten zelf aanvullende financieringsbronnen aanboren voor het uitvoeren van de plannen. Overige besluiten - Het Dagelijks Bestuur heeft twee subsidieverleningen vastgesteld voor jeugd- en schoolmaatschappelijk werk in 2010.
- Daarnaast heeft het Dagelijks Bestuur een besluit genomen over de besteding van het geld voor volwasseneneducatie in 2011.
- De privacyreglementen voor de leerplicht- en RMC-gegevens, de Regiotaxi en de Woonruimteverdeling Holland Rijnland zijn vastgesteld.
- Het Dagelijks Bestuur heeft de verslagen van de portefeuillehoudersoverleggen Ruimte en Verkeer en Vervoer van begin november vastgesteld.
- Er is besloten geld uit de Brede Doeluitkering (BDU), dat is vrijgekomen door het niet doorgaan van enkele projecten in Nieuwkoop, Rijnwoude en Kaag en Braassem, te besteden voor andere projecten in dezelfde gemeenten.
- Tot slot heeft het Dagelijks Bestuur als vast onderwerp de stand van zaken van het Randstad Urgent-project Integrale Benadering Holland Rijnland en de RijnlandRoute besproken.
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Leerplichtambtenaar vaker naar school om schooluitval te beperken
“Leerplichtambtenaren van het Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland (RBL) gaan vaker scholen bezoeken. Hiermee willen ze individuele leerlingen beter in de gaten houden, voortijdig schoolverlaten proberen tegen te gaan en de samenwerking met scholen versterken.” Dat zegt portefeuillehouder Betty van Oortmerssen-Schutte van regio Holland Rijnland. Daarnaast is dit een van de aanbevelingen in het jaarverslag over 2009 van het RBL. Het Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) van de regio Holland Rijnland verzorgt voor twaalf gemeenten in de regio de handhaving van de Leerplicht. Ook voert het de zogenoemde Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voor voortijdig schoolverlaten (RMC) uit voor deze gemeenten. Elk jaar doet het RBL verslag van haar werkzaamheden over het afgelopen schooljaar. Op 30 november heeft het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland het jaarverslag 2009-2010 van het RBL vastgesteld. Meer ongeoorloofd verzuim geconstateerd In het schooljaar 2009-2010 behandelde het RBL 2.125 dossiers op een totaal van 62.875 leerplichtige leerlingen. Van de behandelde dossiers ging het in 1.152 gevallen om constateringen van ongeoorloofd verzuim. Daarmee was er voor het derde opeenvolgende jaar sprake van een stijging in het aantal behandelde gevallen van geconstateerd ongeoorloofd verzuim. In het schooljaar 2008-2009 werd in 1.008 gevallen ongeoorloofd verzuim geconstateerd. De stijging is vooral veroorzaakt door meer meldingen van verzuim bij 17-jarigen vanuit het voortgezet onderwijs. In het mbo daarentegen is het aantal meldingen gedaald. Vermoedelijk komt dit door de grotere aandacht die afgelopen jaar in het voortgezet onderwijs is geschonken aan de aanpak van licht verzuim, mede door de invoering van de halt-afdoening. Thuiszitters Leerplichtambtenaren hebben te maken gehad met 103 zogenoemde ‘thuiszitters’. Dit zijn leerplichtigen die zonder geldige reden meer dan vier weken niet naar school gaan. Soms komen leerlingen thuis te zitten doordat er geen passende school voor hen gevonden kon worden. De leerplichtambtenaar helpt ouders en leerling in dit soort gevallen alsnog een goede onderwijsplek te vinden. Preventie De leerplichtambtenaren zetten ook in op preventie. Zij nemen bijvoorbeeld deel aan de Zorg- en Adviesteams op scholen. Dit is belangrijk omdat vroeg ingrijpen meer kans geeft op een ononderbroken schoolloopbaan voor de leerling. Aandacht voor registratie, vooral op het mbo Het Regionaal Bureau Leerplicht signaleert dat het registreren en het melden van verzuim in het mbo nog extra aandacht behoeft. Het is belangrijk beter in beeld te krijgen hoeveel leerlingen er verzuimen en welke aanpak nodig is. Daarom wil het Regionaal Bureau Leerplicht leerplichtambtenaren inzetten om tijdens elk zorgoverleg op het mbo het verzuim van àlle leerlingen, dus van leerplichtigen, maar ook van leerlingen ouder dan 18 jaar, te bespreken met de onderwijsinstelling. (persbericht Holland Rijnland). Het jaarverslag staat op www.rbl-hollandrijnland.nl.
|
 |
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Schultz van Haegen: “Duurzame versterking van de economie”
Een scherpe focus op economische groei door te investeren in de belangrijkste economische motoren, door de regeldruk te verminderen en door te kiezen voor meer ruimte voor provincies en gemeentes. Dat zijn de kaders voor de agenda van minister Melanie Schultz van Haegen en staatssecretaris Joop Atsma van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. “In deze tijden moet Nederland maximaal profiteren van elke geïnvesteerde euro”, stelt minister Schultz van Haegen in haar beleidsbrief Infrastructuur en Milieu. Economische groei is in de komende jaren bepalend voor de investeringen van het Rijk. Daarom ligt de prioriteit bij de ontwikkeling van onze belangrijkste centra; de mainports, brainports en greenports in de regio’s rond Amsterdam, Rotterdam en Eindhoven. Hier zijn de mobiliteitsproblemen ook het grootst. De prioritering heeft vooral effect op de nieuwe investeringen. De bestaande bouwagenda, met investeringen in heel Nederland, wordt – waar mogelijk versneld – doorgezet. 40 miljard voor infrastructuur Voor de komende tien jaar is ruim 40 miljard euro beschikbaar voor de uitbreiding van wegen, vaarwegen, spoor en regionaal openbaar vervoer. Ruim de helft daarvan is voor weguitbreidingen, wat zal leiden tot minstens 800 km extra asfalt over vijf jaar. Daarnaast maakt dit kabinet ook keuzes voor projecten voorbij 2020. Daarvoor is jaarlijks nog eens 7,5 miljard euro beschikbaar tot 2028. Nieuwe, private financieringsmodellen in rijksinfrastructuur komen als mogelijkheid boven op deze financiële ruimte. Maximale vrijheid Keuzevrijheid voor provincies, ondernemers en burgers staat centraal in het ruimtelijk beleid. Voortaan concentreert het Rijk zich op belangen die alleen op nationaal niveau kunnen worden opgelost. Er ontstaat ruimte voor creativiteit bij provincies en gemeenten, doordat beleidskeuzen dicht bij de burger genomen worden. Het opleggen van kaders en andere beperkingen aan decentrale overheden wordt daarom teruggedrongen. Er volgt voor de zomer van 2011 een actualisatie van de nota’s Ruimte en Mobiliteit. Dat zal één nieuw Rijkskader worden. Vereenvoudiging van regels Het Rijk maximeert de ruimte voor decentrale overheden door een einde te maken aan lange ingewikkelde procedures voor ondernemers, burgers en overheden. Kern hierin is een verregaande vereenvoudiging van het omgevingsrecht en het permanent maken van de crisis- en herstelwet. Dit zal in deze kabinetsperiode al effect sorteren. Ook verdwijnen de nationale koppen op de Europese regelgeving voor het ruimtelijk en milieubeleid. Hierbij kan worden gedacht aan bebouwingsplafonds voor nationale landschappen, het bundelings-, verdichtings- en locatiebeleid en rijksbufferzones. Tegelijkertijd wordt in overleg met decentrale overheden gekeken naar verder decentraliseren van regionale middelen voor verkeer en vervoer (bron: persbericht ministerie Milieu en Infrastructuur)
|
 |
 |
|
 |
|
 |