 |
|
 |
 |
 |
 |
Nieuwsbrief Aflevering 170 [21 april 2011] |
 |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Dagelijks Bestuur Holland Rijnland
--- Agenda vergadering 12 mei 2011 --- De eerstvolgende vergadering van het Dagelijks Bestuur is op donderdag 12 mei 2011. De agenda voor deze vergadering is nog niet bekend. --- Kort verslag vergadering 14 april 2011 ---
- RijnlandRoute. Het Dagelijks Bestuur heeft de stand van zaken van de RijnlandRoute en de RijnGouwelijn besproken. Minister Schultz van Haegen heeft 97 miljoen extra beschikbaar gesteld voor de RijnlandRoute (zie bericht verderop in deze nieuwsbrief). Het wachten is nu op het standpunt van het nieuwe college van Gedeputeerde Staten over de beide projecten. Vervolgens kan de besluitvorming in Holland Rijnland hierop worden afgestemd.
- Brede Doeluitkering (BDU). Het Dagelijks Bestuur heeft ingestemd met het besteden van niet gebruikt geld uit de Brede Doeluitkering voor enkele alternatieve projecten in Alphen aan den Rijn. Het gaat hier om subsidies die de provincie vóór de aansluiting van Alphen aan den Rijn bij Holland Rijnland heeft toegekend. De gemeente Alphen aan den Rijn is in de gelegenheid gesteld om nieuwe projecten aan te melden ter besteding van de vrijvallende middelen. Deze gemeente stelt voor om het bedrag ten goede te laten komen aan extra voorzieningen rond de aanleg van de Maximabrug en het verbeteren van de kruising Prins Bernhardlaan-Hoflaan.
- Bedrijventerreinen. De brief van Holland Rijnland met de reactie op het provinciale rapport “Naar een strategisch beleidskader watergebonden bedrijventerreinen Zuid-Holland” is vastgesteld. Het rapport van de provincie heeft betrekking op een relatief geringe behoefte aan bedrijventerreinen voor grootschalige watergebonden bedrijvigheid. In Holland Rijnland gaat het hierbij vooral om de Oude Rijnzone. De behoefteraming is een aandachtspunt voor de herstructureringsplannen in dit gebied. Het Dagelijks Bestuur is het eens met het principe van compensatie, zoals dat in de nota wordt voorgesteld. Maar als een terrein al jaren leeg staat en de markt aantoonbaar geen interesse heeft, dan moet het mogelijk zijn het terrein anders te ontwikkelen zonder dat compensatie wordt geëist. In de reactie aan de provincie vraagt het Dagelijks Bestuur verder aandacht voor kleinschalige waterrecreatie en de gevolgen voor het wegverkeer van de langere openingstijden van bruggen.
- Provinciale Woonvisie. Het Dagelijks Bestuur heeft de zienswijze van Holland Rijnland op de Ontwerp-Woonvisie 2011-2020 van de provincie Zuid-Holland vastgesteld. Het Dagelijks Bestuur kan zich in grote lijnen vinden in het concept van deze visie. Daarnaast wijst het bestuur er in de reactie op dat ook Holland Rijnland werkt aan een nieuwe regionale woonvisie, als gevolg van de aansluiting van Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Rijnwoude.
- Churchill Avenue. Het Dagelijks Bestuur heeft de reactie van Holland Rijnland op een brief van de Bewoners Belangenvereniging Bockhorst vastgesteld. De bewoners vragen aandacht voor de gevolgen van de mogelijke aanleg van de Churchill Avenue voor het Morskwartier in Leiden. In het antwoord verwijst het Dagelijks Bestuur de belangenvereniging door naar de provincie, omdat die projectleider is voor de RijnlandRoute
- Noordelijke Ontsluiting Greenport. Het Dagelijks Bestuur heeft ingestemd met het programmaplan voor de Noordelijke Ontsluiting Greenport (NOG). Dit plan wordt voorgelegd aan het Portefeuillehoudersoverleg Verkeer en Vervoer van 18 mei en het Algemeen Bestuur van 29 juni. De gemeenten in Holland Rijnland hebben in het Regionaal Investeringsfonds (RIF) 37,5 miljoen euro gereserveerd voor een betere ontsluiting van de Greenport Duin- en Bollenstreek. Het programmaplan bevat de uitwerkte verdeling van dit geld. Het voorstel is om 12,5 miljoen euro te reserveren van de verbinding N205-N206, 20 miljoen voor diverse maatregelen in het “Middengebied” van de Duin- en Bollenstreek en 5 miljoen euro voor de ov-corridor Noordwijk-Schiphol.
- Verkeer. Het Dagelijks Bestuur heeft ingestemd met het voorstel over de Regionale Verkeer- en Milieukaart (RVMK), met dien verstande dat de dekking nog nader wordt afgestemd met de Milieudienst West-Holland. Er zijn twee mogelijkheden voor de dekking. Allereerst kan het bedrag worden opgenomen in de begroting voor 2011. Daarnaast kan een deel van het rekeningresultaat van 2010 hiervoor worden bestemd. Dit voorstel wordt voorgelegd aan het Portefeuillehoudersoverleg Verkeer en Vervoer van 18 mei.
- Begroting 2012 van Holland Rijnland. Het Dagelijks Bestuur heeft ingestemd met de ontwerp-begroting van Holland Rijnland voor 2012 en de meerjarenbegroting 2012-2015. De begroting gaat wederom uit van de nul-lijn. Door het verlagen van de begroting van 2011 met vijf procent en het toepassen van de nullijn sinds 2010, komt de effectieve besparing in 2012 hiermee uit op ruim 11 procent. Door de bezuiniging komt het bedrag per inwoner uit op 8,89 euro voor taken waaraan alle vijftien gemeenten deelnemen, 1,33 euro voor de taken voor twaalf gemeenten, 23 eurocent voor de plustaak van Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Rijnwoude en 18,15 euro per leerling voor gemeenten die deelnemen aan het Regionaal Bureau Leerplicht.
Op het moment van opstellen van deze begroting zijn de resultaten van de stuurgroep, die zich bezighoudt met de uniformering van de uitgangspunten van de gemeenschappelijke regelingen in onze regio, nog niet bekend. De adviezen worden meegenomen in een begrotingswijziging. De stukken worden voorgelegd aan het Portefeuillehoudersoverleg Bestuur en Middelen van 20 mei en het Algemeen Bestuur van 29 juni. - Jaarekening 2010. Het Dagelijks Bestuur heeft ingestemd met de concepten van de jaarrekening en het jaarverslag van Holland Rijnland over 2010 en legt ook deze voor aan het Portefeuillehoudersoverleg Bestuur en Middelen van 20 mei en het Algemeen Bestuur van 29 juni.
Ten opzichte van de begroting 2010 is er sprake van een voordelig rekeningresultaat van in totaal 574.655 euro. - Bestuur en Middelen. Tot slot heeft het Dagelijks Bestuur ingestemd met de Managementrapportage per 1 april 2011, het geactualiseerde projectenboek en de agenda’s van de portefeuillehoudersoverleggen in mei.
|
 |
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Portefeuillehoudersoverleg Ruimte
Het Portefeuillehoudersoverleg Ruimte komt bijeen op woensdag 18 mei van 14.30 tot 17.00 uur. Het eerste deel van de vergadering bestaat uit een gezamenlijk overleg met het Portefeuillehoudersoverleg Economische Zaken. Gezamenlijk overleg Ruimte en Economische Zaken: - Kantorenstrategie. Presentatie over de eerste resultaten van de kantorenstrategie Holland Rijnland.
- Rijksbeleid. Discussie over de onderwerpen die Holland Rijnland graag terug zou zien in de nieuwe Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het Rijk.
Portefeuillehoudersoverleg Ruimte: - Wonen. De presentatie van de eerste voorlopige cijfers uit de provinciale Monitor Woningbouwplannen.
- Wonen, zorg en welzijn. De aanbevelingen van de Regionale Commissie Gezondheidszorg Zuid-Holland-Noord over het uitbreiden van het aantal kleinschalige woonvormen voor dementerende ouderen.
- Woonruimteverdeling. Toelichting van de portefeuillehouder op het proces op weg naar een nieuw woonruimteverdeelsysteem.
Agenda en stukken.
|
 |
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Rijk biedt 97 miljoen extra voor bereikbaarheid Holland Rijnland
Minister Schultz van Haegen heeft een bedrag van 97 miljoen euro extra toegezegd voor de aanleg van de RijnlandRoute. “Ik ben erg blij met deze bijdrage,” zegt regiovoorzitter Henri Lenferink. “Hiermee laat het Rijk zien dat zij het economisch potentieel van deze regio erkent. Gedeputeerde Van Dijk heeft hier hard voor gewerkt en daar zijn we hem zeer dankbaar voor. Het heeft hierbij geholpen dat de samenwerkende gemeenten een flinke financiële bijdrage in de regio hebben geïnvesteerd. Eerder heeft de regio Holland Rijnland immers haar bijdrage al verdubbeld naar bijna 90 miljoen euro voor de RijnlandRoute. Dit heeft de provincie, en nu dus ook de minister, verleid om meer geld beschikbaar te stellen. De toekomst van grote (woningbouw)projecten en werkgelegenheid in Holland Rijnland hangt hier van af. Het gebiedsbudget van het Rijk biedt mogelijkheden voor een perfecte afstemming tussen bouwen en bewegen. De regio wil hierover graag met het nieuwe college van Gedeputeerde Staten afspraken maken.” Gedeputeerde Staten geven richting van tracé aan Gedeputeerde Staten hebben op 12 april de zogeheten tweede fase van de milieu-effectrapportage (mer) vastgesteld (zie het aparte bericht). Deze wordt vergezeld door een beoordeling van Gedeputeerde Staten. In deze beoordeling wordt geen keuze gemaakt, maar wel een richting aangegeven: het gefaseerde voorkeursalternatief F uit het onderzoeksrapport “Zoeken naar Balans”. Gegeven het beschikbare budget, het verkeeroplossend vermogen, milieueffecten bij fasering, de maakbaarheid en de risico’s, lijkt dit de meest preferente variant en scoort deze in zijn totaliteit beter dan het nog steeds zeer lonkende perspectief van de Churchill Avenue. Lenferink: “Met de bijdrage van de minister komt de haalbaarheid van de varianten “Zoeken naar Balans F” en zelfs “Zoeken naar Balans” een stuk dichterbij. De vaststelling van de beoordeling is een goede vervolgstap voor het proces richting een gedragen tracé voor de RijnlandRoute en besluitvorming daarover in de Provinciale Staten. Gegeven het bod van minister Schultz van Haegen van 97 miljoen euro extra en de mogelijkheid tot het samentrekken van de rijksmiddelen voor de RijnlandRoute en de RijnGouwelijn is er voldoende zicht op mogelijkheden tot optimalisaties in het ontwerp, zowel verkeerskundig als op het gebied van inpassing. Het streven is dan ook om in de komende jaren van uitwerking te komen tot de realisatie van de compleet uitgevoerde Zoeken naar Balans-variant van de RijnlandRoute.” De totale bijdrage vanuit het Rijk voor de RijnlandRoute en de RijnGouwelijn komt met het extra geld op 720 miljoen euro. De provincie en regio verhogen hun bijdrage voor de RijnlandRoute naar 280 miljoen euro. De komende tijd gaan zij aan de slag met de concrete uitwerking van de plannen en het voorbereiden van de besluitvorming in alle bestuurlijke gremia. RijnlandRoute Het bod van de minister is een bijdrage in de vorm van een gebiedsgebonden budget. Hiermee mogen de provincie en de regio zelf bepalen hoe zij de rijksbijdrage verdelen over twee grote infra-projecten in de regio; de RijnlandRoute en de RijnGouwelijn. Waarbij de ambities van een goede weg- en hoogwaardige ov-infrastructuur onverminderd de inzet blijft als basis voor de start van de woningbouw in Valkenburg. Met het gebiedsgebonden budget wordt een impuls gegeven aan de economische clusters in Holland Rijnland. De gebiedsontwikkeling van de economische clusters Greenport Duin- en Bollenstreek, Leiden Bio Science Park, Noordwijk Space-cluster en de woningbouwlocatie Nieuw-Valkenburg wordt hiermee mogelijk. De RijnlandRoute zorgt voor een betere mobiliteit en bereikbaarheid van de regio Holland Rijnland en verbindt de A4 en de kuststrook naar Katwijk (in oost-westrichting). Deze verbinding is nodig voor de ruimtelijke en economische ontwikkeling van de as tussen Leiden en Katwijk. Het gaat hierbij om het benutten van de economische kracht van de regio Holland Rijnland en tegelijkertijd om de leefbaarheid en natuurlijke pracht te versterken. (Persbericht Holland Rijnland). Meer informatie:
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Provincie: “Sobere variant RijnlandRoute ten zuiden van Leiden enige begaanbare en verantwoorde weg”
Het gefaseerde voorkeursalternatief Zoeken naar Balans (F) is de enige begaanbare en verantwoorde weg voor de RijnlandRoute gegeven het budget waar nu zicht op is. Dat is de conclusie die het college van Gedeputeerde Staten heeft getrokken na het vaststellen van het onderzoek naar de milieu-effecten (mer) van drie tracéalternatieven voor de RijnlandRoute. Zoeken naar Balans (F) is de gefaseerde variant van de RijnlandRoute die vanaf Katwijk en Valkenburg loopt via de A44 richting Wassenaar en vervolgens om Leiden heen een aansluiting krijgt bij Voorschoten op de A4. “Dit college van GS wil het proces rondom de mer goed afronden,” zegt Asje van Dijk, als verantwoordelijk gedeputeerde. “Daarom we spreken geen voorkeur uit, maar een oordeel. Als je alles op een rij zet, is dit wat we het nieuwe college van GS willen meegeven. Het is het nieuwe provinciale bestuur dat uiteindelijk de beslissing neemt.” De betrokken regiogemeenten delen het oordeel van Gedeputeerde Staten over de RijnlandRoute over de keuze voor variant F van Zoeken naar Balans. Natuurlijk blijven er wel wensen. Zo willen de regiogemeenten dat in de komende anderhalf jaar geprobeerd wordt om waar mogelijk nog tot verdere optimalisaties in het ontwerp te komen, die dan bij eventuele meevallers of extra geld gerealiseerd kunnen worden. Zoeken naar Balans F biedt nu de beste match van mogelijkheden en middelen. Milieu-effectrapportage (mer) In de mer zijn efffecten op het milieu en de verkeersafwikkeling, maakbaarheid, bouwoverlast, ruimtelijke-economische ontwikkelingen, risico’s en kosten onderzocht voor drie tracéalternatieven: N11-West, Zoeken naar Balans en Churchill Avenue. De eerste twee alternatieven lopen ten zuiden van Leiden; het laatste alternatief volgt het bestaande tracé door Leiden. Binnen de drie alternatieven zijn nog varianten onderzocht. De mer laat zien dat er niet direct goede of slechte alternatieven zijn. Voor elk alternatief is wel wat te zeggen en elk alternatief kent interessante aanknopingspunten voor de oplossing van de bereikbaarheidsproblematiek in de regio. Zoeken naar Balans scoort over de gehele linie licht positiever dan de andere alternatieven. Daarnaast leidt de aanleg van de RijnlandRoute via het tracé van Zoeken naar Balans tot een robuuster wegennet rondom Leiden. De gefaseerde variant F van Zoeken naar Balans, maakt latere realisatie van het eindbeeld kansrijker. Tenslotte is met het budget dat nu beschikbaar is, de aanleg van de variant F mogelijk. Op basis hiervan komt GS tot het oordeel dat dit alternatief de enige begaanbare en verantwoorde weg is. Dit demissionaire college van GS neemt geen besluit over het voorkeurstracé, maar geeft slechts een oordeel hierover en laat de besluitvorming over aan het nieuwe college van GS en de nieuwe Provinciale Staten. (bron: provincie Zuid-Holland). Meer informatie op de webpagina van de provincie over de RijnlandRoute. Daar is ook de complete milieu-effectrapportage te downloaden.
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
College Voorschoten verbolgen over oordeel Gedeputeerde Staten over RijnlandRoute
Het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten is verbolgen over het oordeel van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland om als tracé van de RijnlandRoute te kiezen voor “Zoeken naar Balans, variant F”, een verbinding tussen de rijkswegen A44 en de A4 ten zuiden van Leiden, dwars door Voorschoten. Dit is in tegenstelling met de uitkomsten van het milieu-effectrapport (mer). De mer laat duidelijk zien dat de Churchill Avenue variant beter scoort op de meeste aspecten zoals geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, gezondheid, recreatie, cultuurhistorie en landschap. Het oordeel is volgens het college gebaseerd op financiële ramingen die onvoldoende vergelijkbaar en onvoldoende uitgewerkt zijn. Dinsdag 12 april heeft het demissionaire college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland de mer voor de RijnlandRoute vrijgegeven en adviseert het de nieuwe Gedeputeerde Staten – gezien het beschikbare budget – te kiezen voor “Zoeken naar Balans, variant F”. Deze variant houdt in dat de toekomstige weg tussen de A4 en A44 naar Katwijk dwars door Voorschoten gaat. Tussen de Vliet en Leidseweg komt de weg in een tunnel en wordt tot de spoorlijn vervolgd in een open bak, om vervolgens half verdiept langs de Stevenshof richting de A44 te gaan. De verbinding gaat over de A4 heen evenals bij het natuurgebied Maaldrift in plaats van er onderdoor. In de Oostvlietpolder loopt de weg op maaiveld dicht langs het recreatie- en natuurgebied Vlietlanden. Het college van Gedeputeerde Staten zegt dat alle regiogemeenten het eens zijn met het oordeel van GS. Dit is zeker niet het geval. De Churchill Avenue variant is verkeerskundig gezien minstens gelijkwaardig aan de “Zoeken naar Balans”-variant. Op leefomgevings- en natuur- en milieuaspecten scoort de Churchill Avenue duidelijk beter. Het college van Voorschoten zien daarom geen enkele reden om de door de regio Holland Rijnland breed gesteunde Churchill Avenue als voorkeursvariant te laten vallen. De RijnlandRoute is op 14 april aan de orde geweest in de gemeenteraad van Voorschoten. (persbericht gemeente Voorschoten).
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Provincie: nieuwe coalitie VVD, CDA, SP en D66 presenteert akkoord
De nieuwe coalitie van VVD, CDA, SP en D66 investeert de komende vier jaar bijna 500 miljoen euro extra in verkeer en vervoer, groen, regionale economie en jeugdzorg. De investeringen zijn mogelijk door de scherpe keuzes die de coalitie maakt voor inzet op kerntaken en afbouw van subsidies, een kleinere organisatie en minder bestuurders. Dit staat in het hoofdlijnenakkoord “Zuid-Holland verbindt en geeft ruimte” dat op 21 april is gepresenteerd. De coalitie wil een optimale verdeling van de ruimte, goede verbindingen tussen stad en platteland en een open bestuursstijl gericht op samenwerking met inwoners, bedrijven, overheden en Provinciale Staten. Voor een verbinding tussen oost en west Voor een betere inpassing van de Rijnlandroute is 100 miljoen euro extra beschikbaar. De coalitie kiest hierbij voor de variant Zoeken naar balans F-plus. Voor het oostelijk deel van de RijnGouwelijn kiest de coalitie voor een hoogwaardige verbinding via bestaand spoor. Het westelijk deel vanaf Leiden CS wordt gerealiseerd via een vertrambare busbaan. Voor recreatief groen en landbouw De coalitie kiest voor een aantrekkelijke leefomgeving en blijft investeren in groen en recreatie om de stad. De coalitie is bereid hier € 100 miljoen in te investeren. De partijen vinden voldoende groen en recreatiemogelijkheden belangrijk om een aantrekkelijk vestigingsklimaat in Zuid-Holland te behouden. Verder kiest de coalitie er voor om land- en tuinbouw ruimte te geven. Zo kunnen agrarische ondernemers een rol spelen in het behoud van waardevolle landschappen en komt er ruimte voor toeristisch-recreatief ondernemerschap. De coalitie wil geen nieuwe besluiten nemen die leiden tot ontpoldering. Voor een kleiner bestuur Door de focus op de kerntaken zijn minder bestuurders, ambtenaren en externe inhuur nodig. De omvang van de organisatie daalt met een kwart, het aantal gedeputeerden daalt van 7 naar 5. Tijdens de vergadering van Provinciale Staten op 27 april worden de volgende kandidaat gedeputeerden beëdigd: Rogier van der Sande (VVD), Ingrid de Bondt (VVD), Liesbeth Spies (CDA), Rik Janssen (SP) en Han Weber (D66). Ook kiezen de partijen voor een Infrastructuurautoriteit op Randstadniveau, waarin provincies en Rijk samenwerken. (bron: provincie Zuid-Holland). Dowload het hoofdlijnenakkoord.
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Start nieuwe kantorenstrategie voor regio Holland Rijnland
“De nieuwe kantorenstrategie gaat antwoord geven op de vraag hoe de regio kan bijdragen aan een gezonde kantorenmarkt. In de strategie worden afspraken tussen gemeenten gemaakt over de aanpak van de leegstand en de vraag waar en wanneer nieuwe eventueel nog nieuwe kantoorlocaties kunnen worden ontwikkeld.” Dat zegt portefeuillehouder Jan uit den Boogaard van regio Holland Rijnland naar aanleiding van de start van de nieuwe regionale kantorenstrategie. “Deze strategie komt tot stand door intensief af te stemmen met de vijftien Holland Rijnland-gemeenten, de provincie Zuid-Holland, de Kamer van Koophandel en diverse marktpartijen. De kantorenstrategie komt voort uit de strategische agenda van de samenwerkende Holland Rijnland-gemeenten; Focus 2014.” Leegstand “Directe aanleiding om een nieuwe kantorenstrategie te maken is de structurele leegstand in de kantorenvoorraad, die bij ongewijzigd beleid alleen maar groter zal worden,” aldus Uit den Boogaard. “De structurele leegstand is in Holland Rijnland weliswaar minder dan elders in de Randstad, maar het is wel een verspilling van ruimte en kapitaal en het geeft ongewenste ruimtelijke situaties. Daarnaast heeft recent onderzoek in opdracht van de provincie uitgewezen dat de behoefte aan nieuwbouwkantoren voor 2010-2020 halveert ten opzichte van de regionale ramingen uit 2008. Kortom; een nieuwe regionale kantorenstrategie is wenselijk zodat de meest kansrijke projecten overeind blijven en de regionale economie een impuls krijgt.” Ontwikkelingen op de kantorenmarkt Uit den Boogaard: “Holland Rijnland heeft in 2006 een kantorenstrategie vastgesteld, waarin ruimte is gegevens aan de ontwikkeling van 415.000 m² kantoorruimte. De dreigende structurele leegstand, het veranderende economische tij en de ontwikkelingen op de kantorenmarkt geven aanleiding om die strategie te herzien.” De portefeuillehouder legt uit: “Een voorbeeld waardoor de kantorenmarkt verandert is “Het Nieuwe Werken”. Hierdoor worden kantoren op een andere manier gebruikt; meer als ontmoetingsplaats. Mede hierdoor zullen niet alleen het benodigd aantal m² kantoorareaal sterk verminderen, ook worden er andere eisen aan gesteld.” Daarnaast is de recente aansluiting van Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Rijnwoude bij Holland Rijnland hiervoor een reden. De nieuwe strategie zal in tegenstelling tot de oude strategie dan ook betrekking op het hele gebeid van Holland Rijnland. Interactief proces De regio Holland Rijnland laat de kantorenstrategie tot stand komen door een interactief proces waarbij de wethouders Economische Zaken, de colleges van burgemeester en wethouders en de gemeenteraden van de vijftien gemeenten intensief worden betrokken, net als belanghebbenden zoals de Kamer van Koophandel, VNO-NCW West, ontwikkelaars, beleggers en makelaars. Naar verwachting is het concept van de strategie in september 2011 gereed. Na een uitgebreide inspraakperiode in het najaar wordt het concept in het voorjaar 2012 ter besluitvorming voorgelegd aan het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland. (persbericht Holland Rijnland).
|
 |
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Holland Rijnland tekent overeenkomst met provincie Zuid-Holland over afstemming ruimtelijke plannen
“Lokaal wat kan, centraal wat moet” is het uitgangspunt bij het verdelen van taken en verantwoordelijkheden op het gebied van ruimtelijke ordening. Op basis van dit uitgangspunt worden gemeentelijke, regionale en provinciale ruimtelijke plannen goed op elkaar afgestemd. Vrijdag 8 april 2011 legden de Vereniging van Zuid-Hollandse Gemeenten (VZHG), de regio’s en de provincie Zuid-Holland hierover afspraken vast in het Procesconvenant Ruimtelijke Ordening Zuid-Holland. Ruimtelijke ordening in Zuid-Holland is uitdagend en complex. Om als overheden resultaatgericht te kunnen werken is het belangrijk om tussen verschillende overheden een duidelijke afbakening van taken en verantwoordelijkheden af te spreken. Het procesconvenant helpt te concentreren op zaken die voor de provincie van wezenlijk belang zijn en schept voor de regio’s en gemeenten duidelijkheid over de momenten en onderwerpen van overleg. Effectieve ruimtelijke ontwikkeling Ruimtelijke processen kennen veel afstemmingsmomenten. Govert Veldhuijzen, gedeputeerde Ruimtelijke Ordening: “Door samen op te trekken voorkomen we dat het beleid van provincie, regio's en gemeenten uit elkaar loopt. Het procesconvenant helpt ons om effectiever en efficiënter in te spelen op urgente (boven)regionale ruimtelijke opgaven. Zo ontdekken we vroegtijdig waar gemeenschappelijke belangen en dus ook kansen liggen.” De Wet ruimtelijke ordening gaat uit van een eigen verantwoordelijkheid van de verschillende bestuurslagen. Centraal uitgangspunt is “Lokaal wat kan, centraal wat moet”. Bemoeienis of sturing op gemeentelijke plannen is voor de provincie daarom alleen aan de orde bij provinciale ruimtelijke belangen. Kaders voor deze provinciale belangen staan in de Provinciale Structuurvisie en Verordening Ruimte. Meer informatie op de website van de provincie Zuid-Holland.
|
 |
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Teylingen pakt herstructurering Wasbeekerlaan op
Het college van Teylingen heeft op 5 april besloten om deel te nemen aan het pilotproject voor de herstructurering van bedrijventerreinen in Holland Rijnland. Teylingen heeft bedrijventerrein Jagtlust gekozen voor deze pilot, omdat de gemeente bezig is met de herinrichting van de Wasbeekerlaan voor de komst van station Sassenheim. De gemeente zoekt naar andere activiteiten op het huidige bedrijventerrein. Plan van aanpak Wasbeekerlaan De herstructurering van Jagtlust richt zich vooral op de Wasbeekerlaan. Als station Sassenheim gereed is, maken fietsers en wandelaars gebruik van de route langs de Wasbeekerlaan om naar het station te komen. Langs deze route liggen nu enkele locaties die niet in gebruik zijn. Voor deze locaties is een plan van aanpak geschreven. Met de eigenaren van vier percelen zijn er contacten over een nieuwe invulling van hun perceel of gebouw. In één geval heeft dit al tot een bouwvergunning geleid voor een bouwmarkt en twee woonwinkels. De gemeente richt de openbare ruimte opnieuw in door onder andere de tunnel uit te diepen voor de busverbinding naar het station en de ontsluiting voor fietsers te verbeteren met een apart fietspad. Regionale bedrijventerreinenstrategie In 2009 is de regionale bedrijventerreinenstrategie vastgesteld. Hierin is vastgelegd hoe de gemeenten binnen de regio omgaan met herstructurering van bestaande bedrijventerreinen en de aanleg van nieuwe terreinen. De nadruk ligt op het herstructureren en pas daarna nieuwe locaties aanleggen. Hierbij is aangegeven dat het nodig is om voor herstructureren schuifruimte te creëren in de vorm van nieuw terrein. Dit om een bedrijf te verplaatsen, zodat het gebouw kan worden gerenoveerd of getransformeerd (vaak voor een nieuwe gebruiker). Om het herstructureren te stimuleren en de knelpunten in beeld te krijgen heeft de regio Holland Rijnland ervoor gekozen zeven herstructureringsprojecten in de regio als pilot naar voren te trekken. Deze projecten zijn het MEOB-terrein in Oegstgeest, het Flower Sciencepark in Lisse, de Lasso-Noord in Kaag en Braassem, ’t Heen in Katwijk, Bovenland in Nieuwkoop, Dobbewijk in Voorschoten en Jagtlust in Teylingen Doordat de herstructurering van Jagtlust onderdeel uitmaakt van dit regionale project kan gebruik worden gemaakt van de expertise van de provinciale procesmanager en de ervaringen uit de andere projecten. (bron: persbericht gemeente Teylingen).
|
 |
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Voor iedereen in Zuid-Holland een passende woning
Nieuwe prioriteiten in het woningbouwprogramma moeten leiden tot een passende woning voor iedereen in Zuid-Holland. Het huidige woningbouwprogramma voldoet niet meer. Er zijn meer nieuwbouwwoningen gepland dan nodig en de kwaliteit van de bestaande voorraad moet verbeteren. Opties om de beperkte mogelijkheden van huishoudens met een jaarinkomen tussen de 33.000 en 43.000 euro op de woningmarkt te verruimen zijn bijvoorbeeld nieuwe manieren van samenwerken en regels loslaten. Dit is de conclusie van de conferentie Samen bouwen voor het middensegment, die op donderdag 7 april 2011 plaatsvond in Den Haag. Aanleiding voor de conferentie is de nieuwe provinciale Woonvisie 2011-2020, die tot 27 april ter inzage ligt. Deze visie vormt de basis voor nieuwe afspraken over de omvang en kwaliteit van de woningvoorraad in Zuid-Holland. De provincie bouwt zelf geen woningen, maar richt zich op (boven) regionale afstemming bij verstedelijkings-afspraken en woningbouwprogrammering. Bouwen voor het middensegment Tijdens de conferentie stonden woningen voor huishoudens net boven modaal centraal. Gedeputeerde Ruitelijke Ordening en Wonen, Govert Veldhuijzen: “Er is te weinig aanbod voor het segment tussen huur en koop. Voor de groep huishoudens met een jaarinkomen tussen de 33.000 en 43.000 euro zijn de mogelijkheden op de woningmarkt zeer beperkt. Deze groep dreigt nu buiten de boot te vallen. Sociaal huren is bijna niet meer mogelijk en betaalbare koopwoningen zijn niet beschikbaar. Als gevolg hiervan is er ook te weinig doorstroming aan de onderkant van de woningmarkt.” Tijdens de conferentie gaven verschillende sprekers hun visie op dit probleem, waaronder Meindert Smallenbroek, directeur Stad en Bouw van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Tseard Hoekstra, wethouder Alphen aan den Rijn. De provinciale Ontwerpwoonvisie 2011-2020 ligt nog tot 27 april 2011 tijdens kantooruren ter inzage bij gemeentehuizen en het provinciehuis in Zuid-Holland. (bron: provincie Zuid-Holland). Concept-woonvisie Zuid-Holland.
|
 |
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Stadsregio’s Rotterdam en Haaglanden willen één vervoersautoriteit vormen
De dagelijkse besturen van het Stadsgewest Haaglanden en de Stadsregio Rotterdam hebben op 6 april de Intentieverklaring Vervoersautoriteit Metropoolregio Rotterdam-Den Haag ondertekend in Wassenaar. Zij hebben hiermee afgesproken om in 2012 een vervoersautoriteit op te richten voor de vierentwintig gemeenten van deze stadsregio’s. In de regio Rotterdam-Den Haag wonen ongeveer 2,5 miljoen mensen, zeventien procent van de totale Nederlandse bevolking. Gezamenlijk verdienen zij ruim twintig procent van het nationaal inkomen. Door de metropoolvorming kan de regio een sterkere positie ten opzichte van andere grootstedelijke gebieden in Europa krijgen. Een belangrijke factor daarin is de bereikbaarheid waardoor de schaalvoordelen van de regio beter kunnen worden benut. De ambitie is om de grootstedelijke voorzieningen vanuit vrijwel alle locaties in de regio binnen 45 minuten bereikbaar te maken. De stadsregio’s zijn in gesprek met het Rijk over de op te richten vervoersautoriteit. Deze autoriteit zal zich richten op uitstekend openbaar vervoer, goede doorstroming van het autoverkeer en goede fietsvoorzieningen. Hierbij horen ook taken als het zorgen voor goede verkeers- en reizigersinformatie, mobiliteitsmanagement, ketenmobiliteit en verkeersveiligheid. Doelstellingen Metropoolregio De samenwerking in de Metropoolregio richt zich op zeven pijlers, waarvan het verbeteren van de bereikbaarheid de eerste is. Daarnaast gaat de aandacht sterk uit naar ruimtelijk-economische samenwerking, die van onderaf gestalte krijgt en vooral concrete resultaten wil bereiken. Het bestuur in het zuidelijk deel van de Randstad zal er overzichtelijker en effectiever door worden. De hoofddoelstellingen van de samenwerking zijn vastgelegd in een brief aan de gemeentebesturen van 2 februari 2011. Deze en andere documenten zijn beschikbaar op www.stadsregio.info en www.haaglanden.nl. (bron: persbericht Stadsregio Rotterdam en Stadsgewest Haaglanden)
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Limes voorgedragen voor Werelderfgoedlijst
Het grootste archeologische monument van Nederland, de Romeinse Limes, is op de Voorlopige Lijst Werelderfgoed van UNESCO gezet. Zuid-Holland heeft met de molens van de Kinderdijk al een Werelderfgoed, nu komt daar de Limes bij. Rond de Limes heeft het landschap zich gevormd en is een rijkdom aan cultuur ontstaan. In Holland Rijnland loopt de Limes langs de Oude Rijn van Alphen aan den Rijn, Rijnwoude, Leiden en Oegstgeest naar Katwijk. Lang niet iedereen weet dat een groot deel van de huidige infrastructuur is gebaseerd op de erfenis van de Romeinen. Om dit unieke erfgoed bij een breed publiek onder de aandacht te brengen stelde de provincie de Limes centraal in het themajaar in 2009. Er zijn toen fietsroutes gemaakt en arrangementen met het Archeon ontwikkeld. Een jaar lang waren er allerlei activiteiten, van lezingen tot aan workshops in het Legermuseum. Samen met de provincies Utrecht en Gelderland en het Rijk heeft Zuid-Holland de handen ineen geslagen om, met gemeenten en andere partijen, de Limes zichtbaar en beleefbaar te maken en te behouden. Het vraagt afstemming om er voor te zorgen dat de Limes op de verschillende plaatsen toch als een eenheid wordt ervaren. Provincie Zuid-Holland is bezig met een fietspad dat aansluit op een langeafstandpad waarover de fietser uiteindelijk in Turkijke moet uitkomen. Een plaats op de voorlopige lijst betekent dat het Rijk en de betrokken overheden, eigenaars en beheerders starten met de voorbereiding om deze erfgoederen de komende vijftien jaar te nomineren voor de Werelderfgoedlijst. Criteria daarbij zijn uitzonderlijke universele waarden, draagkracht en draagvlak voor de instandhouding. Dit kan betekenen dat niet alle erfgoederen die nu worden opgenomen op de Voorlopige Lijst ook daadwerkelijk worden voorgedragen bij UNESCO. Het Werelderfgoedcomité van UNESCO besluit of het de erfgoederen opneemt op de werelderfgoedlijst. (bron: persbericht provincie Zuid-Holland).
|
 |
 |
|
 |
|
 |