 |
|
 |
 |
 |
 |
Nieuwsbrief Aflevering 181 [ 19 oktober 2011 ] |
 |
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
Dagelijks Bestuur Holland Rijnland
=== Agenda vergadering 17 november 2011 === De eerstvolgende vergadering van het Dagelijks Bestuur is op 17 november 2011. De agenda voor deze vergadering is nog niet bekend. === Kort verslag vergadering 13 oktober 2011 === De vorige vergadering van het Dagelijks Bestuur was op 13 oktober 2011. Deze onderwerpen stonden op de agenda: - Bezoek Haarlemmermeer. Het Dagelijks Bestuur brengt op 3 november een bezoek aan het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer. Het bezoek volgt op het overleg dat de colleges van Haarlemmermeer, Hillegom, Kaag en Braassem, Lisse, Teylingen en het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland hebben gevoerd op 12 november. Dit gesprek ging vooral over de Westflank van de Haarlemmermeer, het plan voor woningbouw, waterberging en groen in het gebied tussen Hoofddorp, Nieuw-Vennep, Hillegom en Lisse. De invulling van dit plan staat ter discussie, nu het Rijk een 380 kV-elektriciteitsleiding in het gebied wil aanleggen (zie hiervoor ook verderop in deze nieuwsbrief).
Op 3 november wil het Dagelijks Bestuur verdere afspraken maken over onder andere een gezamenlijke profilering in het Hart van Holland en de wegverbinding N205-N206 (Noordelijke Ontsluiting Greenport). - RijnlandRoute. Het Dagelijks Bestuur heeft de stand van zaken van het project Integrale Benadering Holland Rijnland en de RijnlandRoute besproken.
Volgens de beheersverordening van het Regionaal Investeringsfonds (RIF) moet het Algemeen Bestuur voor de RijnlandRoute een projectvoorstel vaststellen. Omdat de besluitvorming rond het project nog in volle gang is, lukt dat niet meer in 2011. Het Dagelijks Bestuur wil het Algemeen Bestuur van 14 december daarom voorstellen dat het projectplan wordt vastgesteld in 2012. - Woonruimteverdeling. Het Dagelijks Bestuur heeft kennis genomen van een toelichting op de “Nota van uitgangspunten woonruimteverdeling” die is opgesteld door de Stuurgroep Woonruimteverdeling 2012. Deze stuurgroep buigt zich sinds dit voorjaar over een nieuw verdeelsysteem voor de vijftien gemeenten, dat in de plaats komt van Woonzicht (Holland Rijnland) en Woonmarkt Rijnstreek (Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Rijnwoude).
- Milieu- en Verkeerkaart. Het Dagelijks Bestuur heeft een extern bureau opdracht gegeven voor het aanpassen van de Regionale Milieu- en Verkeerkaart. Deze kaart bevat gegevens over verkeer en milieu in de regio en wordt gebruikt bij het ontwikkelen van het regionale verkeersbeleid. Als gevolg van de aansluiting van Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Rijnwoude bij Holland Rijnland wordt de kaart uitgebreid naar alle vijftien gemeenten.
- Financiën. Het Dagelijks Bestuur heeft ingestemd met het voorstel voor het aanpassen van de financiële verordening, de controleverordening en het treasurystatuut van Holland Rijnland. Deze drie verordeningen bevatten de regels voor de financiële huishouding van Holland Rijnland en zijn aangepast aan de nieuwste wetten en voorschriften. Het Dagelijks Bestuur legt het aanpassingsvoorstel nu voor aan het Portefeuillehoudersoverleg Bestuur en Middelen van 11 november.
- Wonen, zorg en welzijn. Het Dagelijks Bestuur heeft kennis genomen van de conclusies en aanbevelingen van de Woonzorgmonitor Zuid-Holland-Noord/Holland Rijnland en het verslag van de gemeentelijke inventarisaties over de prestatie-afspraken wonen, zorg en welzijn. De monitor is opgesteld door de Regionale Commissie Gezondheidszorg Zuid-Holland-Noord en geeft een overzicht van de huidige en toekomstige vraag naar en aanbod van woonzorgvoorzieningen.
Het Dagelijks Bestuur heeft ook de adviesnota over dit onderwerp voor de portefeuillehoudersoverleggen Ruimte en Sociale Agenda van november vastgesteld. - Portefeuillehoudersoverleggen. Het Dagelijks Bestuur heeft de agenda’s voor de portefeuillehoudersoverleggen van Holland Rijnland in november 2011 vastgesteld.
- Algemeen Bestuur. Tot slot heeft het Dagelijks Bestuur ook de agenda voor de vergadering van het Algemeen Bestuur van 14 december 2011 vastgesteld.
De volgende vergadering is op 17 november 2011.
|
 |
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Portefeuillehoudersoverleg Sociale Agenda
Het Portefeuillehoudersoverleg Sociale Agenda komt bijeen op woensdag 9 november van 10.00 tot 13.00 uur in Alphen aan den Rijn. Deze onderwerpen staan op de agenda: Algemeen deel Sociale Agenda - Decentralisatie jeugdzorg, Wet werken naar vermogen (WNV) en AWBZ. De portefeuillehouders maken kennis met de “procesregisseur” voor de decentralisatie van de jeugdzorg, WNV en AWBZ. Tijdens het portefeuillehoudersoverleg van 21 september is afgesproken dat de vijftien Holland Rijnland-gemeenten een gezamenlijke visie over de drie decentralisaties willen opstellen, en een advies willen voor de verdere voorbereiding op de decentralisaties. De “procesregisseur” moet deze producten in samenwerking met de gemeenten tot stand brengen. Nadat diverse gemeenten een kandidaat hebben aangedragen, is een medewerker van Alphen aan den Rijn voor deze taak geselecteerd.
- Maatschappelijke ondersteuning. De portefeuillehouders bespreken de verdeling van de uren die de provincie in 2012 beschikbaar stelt voor ondersteuning van de gemeenten bij hun activiteiten ter versterking van de lokale samenleving. Het voorstel is deze ondersteuningsuren in Holland Rijnland te gebruiken voor de thema’s “kwetsbare groepen” en “welzijn nieuwe stijl”.
- Scarabee. Presentatie en discussie over het verzoek om een financiële bijdrage van de Holland Rijnland-gemeenten aan Scarabee, een inloophuis voor mensen met kanker.
- Wonen, zorg en welzijn. De portefeuillehouders wordt gevraagd kennis te nemen van de woonzorgmonitor Zuid-Holland-Noord/Holland Rijnland en het verslag van de gemeentelijke inventarisatieronde over de prestatieafspraken wonen, zorg en welzijn. Het voorstel is om het Dagelijks Bestuur te adviseren om de conclusies en aanbevelingen te betrekken bij de komende regionale woonvisie voor Holland Rijnland. Daarnaast wordt voorgesteld de thema’s doorstroming van senioren, stimulering van het beter toegankelijk maken van woningen, visie op woonservicezones en de financiële aspecten binnenkort op de agenda’s te zetten van de Portefeuillehoudersoverleggen Ruimte en Sociale Agenda.
De woonzorgmonitor is opgesteld door de Regionale Commissie Gezondheidszorg Zuid-Holland-Noord en geeft een overzicht van de huidige en toekomstige vraag naar en aanbod van woonzorgvoorzieningen. Door demografische en maatschappelijke ontwikkelingen komt er in de periode tot 2040 steeds meer vraag naar woningen en voorzieningen voor mensen die om de een of andere reden behoefte hebben aan zorg. Het is volgens de monitor door de lange voorbereidingsperiode van bouwplannen belangrijk nu al in te spelen op de ontwikkelingen.
Gezamenlijk overleg met Portefeuillehoudersoverleg Economische Zaken - Arbeidsmarktbeleid. De portefeuillehouders bespreken de rol van de overheid bij het verbeteren van de opleidingen voor de bouwsector. De discussie wordt gehouden naar aanleiding van een presentatie tijdens het portefeuillehoudersoverleg van 10 februari 2011. Bouwopleiding Rijnland en bouwbedrijf Burgy Bouw bepleitten toen een sterke rol van de overheid bij het stimuleren van onderwijs voor de bouw, bijvoorbeeld door bij gemeentelijke bouwprojecten leerlingen in te schakelen. Bouwopleiding Rijnland heeft de afgelopen maanden in samenwerking met werkgevers, onderwijs, woningbouwcorporaties en gemeenten (Alphen aan den Rijn, Leiden, Katwijk en Kaag en Braassem) een concept-convenant ontwikkeld, dat is gericht op het stimuleren van leerlingplaatsen en het vergroten van de instroom in bouwopleidingen.
De portefeuillehouders wordt gevraagd een voorkeur uit te spreken voor een van drie varianten: het sluiten van een convenant op het niveau van Holland Rijnland; een convenant gericht op het stimuleren van opleiden in de bouwsector of het maken van afspraken door de gemeenten. Agenda en stukken
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Portefeuillehoudersoverleg Economische Zaken
Het Portefeuillehoudersoverleg Economische Zaken vergadert op woensdag 9 november van 12.00 tot 14.30 uur in Alphen aan den Rijn. Deze onderwerpen staan op de agenda. Gezamenlijk overleg met portefeuillehouders Sociale Agenda - Arbeidsmarktbeleid. De portefeuillehouders bespreken de rol van de overheid bij het verbeteren van de opleidingen voor de bouwsector. De discussie wordt gehouden naar aanleiding van een presentatie tijdens het portefeuillehoudersoverleg van 10 februari 2011. Bouwopleiding Rijnland en bouwbedrijf Burgy Bouw bepleitten toen een sterke rol van de overheid bij het stimuleren van onderwijs voor de bouw, bijvoorbeeld door bij gemeentelijke bouwprojecten leerlingen in te schakelen. Bouwopleiding Rijnland heeft de afgelopen maanden in samenwerking met werkgevers, onderwijs, woningbouwcorporaties en gemeenten (Alphen aan den Rijn, Leiden, Katwijk en Kaag en Braassem) een concept-convenant ontwikkeld, dat is gericht op het stimuleren van leerlingplaatsen en het vergroten van de instroom in bouwopleidingen.
De portefeuillehouders wordt gevraagd een voorkeur uit te spreken voor een van drie varianten: het sluiten van een convenant op het niveau van Holland Rijnland; een convenant gericht op het stimuleren van opleiden in de bouwsector of het maken van afspraken door de gemeenten. Economische Zaken - Topsectoren. Wethouder Robert Strijk van Leiden verzorgt een korte presentatie over het topsectorenbeleid van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en het concept-uitvoeringsprogramma Economische Strategie Zuidvleugel. De presentatie wordt gevolgd door een discussie. Het topsectorenbeleid van het Rijk heeft betrekking op agrofood, tuinbouw en uitgangsmaterialen, high tech, energie, logistiek, creatieve industrie, Bio Sciences, chemie en water.
- Detailhandel. De portefeuillehouders bespreken het plan van aanpak voor een nieuwe strategie voor “perifere detailhandelslocaties” (winkels op bedrijventerreinen of buiten de bebouwde kom) in Holland Rijnland en de mogelijke vestiging van een nieuwe perifere detailhandelslocatie in de noordelijke Bollenstreek.
- Bedrijventerreinenstrategie. Projectleider bedrijventerreinen Rob Sturm geeft een korte presentatie over de stand van zaken van de nieuwe behoefteraming voor bedrijventerreinen en de zeven pilot-projecten voor herstructurering van bedrijventerreinen in de regio. Bij dat laatste gaat het om Dever in Lisse (Flower Science Park), Jachtlust in Teylingen, Dobbewijk in Voorschoten, Lasso-Noord in Kaag en Braassem, MEOB in Oegstgeest, ’t Heen in Katwijk en Bovenland in Nieuwkoop.
- Kantorenstrategie. De portefeuillehouders bespreken het plan van aanpak voor de Kantorenstrategie Holland Rijnland, dat is aangepast naar aanleiding van het extra Portefeuillehoudersoverleg Economische Zaken op 12 oktober. Zie verderop in deze nieuwsbrief.
De agenda van dit overleg is reeds beschikbaar; de achterliggende stukken zullen z.s.m. ingevuld worden.
|
 |
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Regionale werkconferentie Cultuur “Versterken en verankeren”
Hoe kunnen de Holland Rijnland-gemeenten na 2012 blijven samenwerken op het gebied van cultuurparticipatie en -educatie? Die vraag staat centraal op de werkconferentie “Versterken en verankeren”, die Holland Rijnland organiseert op 15 december 2011. De gemeenten, culturele instellingen en het onderwijs in Holland Rijnland hebben de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in regionale samenwerking op het gebied van cultuurparticipatie en -educatie, onder andere door het sluiten van het convenant Actieprogramma Cultuurparticipatie 2009-2012 met de provincie. Dit heeft geresulteerd in een groot aantal culturele activiteiten voor vele inwoners van de regio. Er is ook een regionale infrastructuur ontstaan waarin culturele instellingen en onderwijs elkaar steeds beter weten te vinden. Vanaf 2013 wil de provincie niet meer investeren in cultuurparticipatie en zich richten op erfgoed. Daarom willen de gemeenten tijdens de werkconferentie met de betrokken instellingen en met elkaar een visie vaststellen over het voortzetten van de regionale samenwerking en het versterken en verankeren van culturele activiteiten na 2012. De werkconferentie is bedoeld voor bestuurders, ambtenaren cultuur, recreatie en toerisme en de betrokken culturele instellingen en duurt van 12.30 tot 17.00 uur. Het programma en de locatie worden nog bekend gemaakt. Aanmelding is mogelijk door vóór 30 november een mail te sturen naar secretariaatsocialeagenda@hollandrijnland.net. Meer informatie bij de cultuurnetwerkers Fredt Moers, fredtmoers@concraid.nl en Marscha Niamat-Kreeft, qint@live.nl of bij Ida van Breda van Holland Rijnland, ivbreda@hollandrijnland.net.
|
 |
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Topsectorenbeleid van groot belang voor Holland Rijnland
Agrofood, tuinbouw en uitgangsmaterialen, high tech, energie, logistiek, creatieve industrie, Bio Science, chemie en water en hoofdkantoren van internationale ondernemingen. Dit zijn sectoren waarin Nederland wereldwijd sterk is en waarvoor de overheid extra aandacht heeft. Tijdens het portefeuillehoudersoverleg Economische Zaken van 9 november zal wethouder Robert Strijk van Leiden een korte presentatie verzorgen over dit zogeheten topsectorenbeleid van het Rijk. Met Bio Sciences en greenports als economische speerpunten is het topsectorenbeleid van groot belang voor Holland Rijnland. Kenmerken Alle topsectoren hebben een sterke internationale positie. Bedrijven en de wetenschap hebben veel kennis opgebouwd en werken al samen aan innovaties. Een ander kenmerk van deze sectoren is dat de producten of technologieën bijdragen aan een oplossing van maatschappelijke vraagstukken. De voedsel- en tuinbouwsector investeren bijvoorbeeld in de ontwikkeling van gezonde voedingsmiddelen en voedingspatronen voor consumenten. Dit zorgt ervoor dat de kosten voor de gezondheidszorg en arbeidsverzuim dalen. Knelpunten In samenwerking met bedrijfsleven en onderwijs wil de rijksoverheid de knelpunten in de negen sectoren in beeld brengen en oplossingen zoeken. Per sector is hiervoor een topteam samengesteld, met daarin een innovatieve ondernemer uit het mkb, een wetenschapper, een ambtenaar en een boegbeeld uit de sector. Op basis van gesprekken met bedrijven en wetenschappers, hebben de topteams alle kansen en knelpunten op een rij gezet. Ook hebben zij een actieagenda gepresenteerd, waarin ambities, adviezen en een plan van aanpak staan. Actiepunten Het kabinet gebruikt de adviezen van de topsectoren om het bedrijfslevenbeleid verder uit te werken en om gerichte maatregelen te nemen. Zo wordt beter ingespeeld op de wensen van de sector. Daarnaast heeft de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een reactie gegeven op de adviezen. De topteams werken de agenda’s nu uit in concrete actiepunten. De overheid maakt circa 1,5 miljard euro vrij op de begroting voor de topsectoren. De topteams kunnen voorstellen indienen om deze middelen te besteden. Hoe en wanneer het geld precies wordt besteed, wordt nog bekeken. Dit gebeurt naar aanleiding van de adviezen van de topteams en de beleidsdoelen. Meer informatie op www.rijksoverheid.nl
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
R-net binnenkort uit de startblokken
In december wordt een begin gemaakt met R-net. Het is een eerste stap op weg naar een samenhangend netwerk van ov-voorzieningen in de Randstad, met één gezicht. In oktober 2010 hebben de in OV-bureau Randstad samenwerkende overheden – provincies en regio’s in West-Nederland – besloten één netwerk van hoogwaardig openbaar vervoer in de hele Randstad te ontwikkelen onder de naam Randstadnet / R-net. Het R-net is een hoogwaardig openbaar vervoernetwerk van bus, (snel)tram, metro en trein. De verbindingen, uitstraling en informatievoorziening worden zodanig vormgegeven dat de reiziger het gehele R-net als één netwerk ervaart. Niet al het regionale vervoer maakt deel uit van R-net. Een verbinding moet hiervoor voldoen aan een aantal criteria, zoals bedieningstijden, hoge frequentie, reissnelheid, hoge betrouwbaarheid, aansluiting en overstaptijd. R-net wil een optimale bereikbaarheid garanderen van de belangrijkste werk- en woongebieden en voorzieningen. Het netwerk wordt in fasen opgebouwd. Het uiteindelijke netwerk moet op kaart eenzelfde beeld geven als de metrokaart van Londen. Voor het merk R-net is een productformule ontwikkeld waarin niet alleen logo’s en kleuren gelijk worden geschakeld, ook wachtruimtes, DRIS-panelen en netwerkkaarten moeten één beeld uitstralen. Het resultaat is te bekijken in het handboek R-net. (bron: OV-bureau Randstad). Handboek R-net op website OV-bureau Randstad.
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Donner in brief aan Kamer: versterking economie vraagt om compacte overheid
Om Nederland er economisch en financieel weer bovenop te krijgen zet het kabinet zet zich in voor een krachtige, kleine en dienstverlenende overheid die slagvaardig kan opereren. Het realiseren van die compacte overheid betekent een doelmatiger taakverdeling, een betere dienstverlening en meer ruimte voor burgers en samenleving. De aanpassingen die hiervoor nodig zijn staan in de visienota “Bestuur en bestuurlijke inrichting: tegenstellingen met elkaar verbinden” van minister Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, waarmee de ministerraad heeft ingestemd. Een van de voornemens van het kabinet is de versterking van het bestuur in de Randstad. De Randstad is de economische motor van Nederland en daarom is bestuurlijke vitaliteit in de Randstad wezenlijk voor herstel en groei van de economie. Om de Randstad blijvend bij de Europese economische top te houden zijn extra inspanningen nodig. De Randstad moet een aantrekkelijke plek blijven voor burgers en bedrijven om zich er te vestigen. Dit kan alleen met een bestuur dat daadkrachtig is in zijn besluitvorming en uitvoering. Op dit moment is de bestuurlijke inrichting niet voldoende afgestemd op de maatschappelijke dynamiek. Er zijn te veel bestuurders, er is sprake van een diffuse spreiding van verantwoordelijkheden en een gebrek aan bestuurlijke samenwerking en afstemming. Dat is ook de reden dat het kabinet de deelgemeenteraden wil opheffen en de WGR+-regeling wil beëindigen. Een betere bestuurlijke inrichting en samenwerking in de Randstad kan een belangrijke rol spelen bij het bevorderen van economische groei, doordat het ruimte biedt aan ondernemerszin en de samenhang tussen de economische sectoren kan versterken. De Randstad bestaat uit twee met elkaar verbonden stedelijke netwerken met een eigen economische dynamiek, de Noordvleugel en Zuidvleugel. Op de Zuidvleugel concentreert de samenwerking zich tussen de steden Den Haag en Rotterdam. In de Noordvleugel zit de dynamiek in de stedelijke driehoek Amsterdam-Utrecht-Almere. Het kabinet wil de samenwerking tussen de steden ondersteunen en versterken. Provincies moeten betrokken zijn bij de stedelijke samenwerking vanwege hun verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van het gehele gebied in de regio. Voor een goed evenwicht tussen de ontwikkeling in de stedendriehoek Amsterdam-Almere-Utrecht is het van belang dat de drie betrokken provincies optreden als één partij ten opzichte van de gemeenten. Het kabinet meent dat eenduidig optreden alleen duurzaam gerealiseerd kan worden als de besturen van de drie provincies worden samengevoegd. Daarom is een fusie van de drie provincies nodig. Het kabinet sluit hiermee aan bij het initiatief van de drie provincies, die in februari 2011 al de wenselijkheid van verregaande samenwerking benadrukten. Om de concurrentiepositie en het vestigingsklimaat van de Randstad te versterken is een goede bereikbaarheid rond en tussen de stedelijke regio’s noodzakelijk. Gemeenten en provincies zullen gezamenlijk moeten zorgen voor een optimaal verkeer en vervoerssysteem in het stedelijk gebied. Hiervoor zullen in de Noordvleugel en in de Zuidvleugel infrastructuurautoriteiten tot stand moeten komen waarin taken, bevoegdheden en middelen van provincies en gemeenten worden samengebracht. Snelle besluitvorming en slagvaardige uitvoering kan zo gegarandeerd worden om de mobiliteit in de stedelijke gebieden in de Randstad te verbeteren. (bron: persbericht ministerie Binnenlandse Zaken en Koninksrijkrelaties). Aanbiedingsbrief minister Donner aan Tweede Kamer en visienota bestuur en bestuurlijke inrichting (Randstad vanaf pagina 15) (NB. De links op deze pagina downloaden het bestand direct op uw computer)
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Voorstel Donner: nieuwe Infrastructuurautoriteit neemt taken provincies over
Het kabinet wil een nieuwe bestuurslaag speciaal voor spoor, (vaar)wegen en openbaar vervoer instellen. Dat schrijft minister Donner van Binnenlandse Zaken in zijn nota over de bestuurlijke inrichting van Nederland. Deze Infrastructuurautoriteit zal de besluitvorming van andere bestuurslagen overnemen. Het kabinet wil dat de besluitvorming over mobiliteit in de Randstad wordt gestroomlijnd en versneld. Provincies en gemeentes werken elkaar teveel tegen, en schieten vaak “in kracht” tekort, aldus Donner. Het gaat vooral over de aanleg van nieuwe wegen en het beheer en ontwikkeling van het openbaar vervoer. De besluitvorming daarover wordt grotendeels weggehaald bij de provincies Noord- en Zuid-Holland en de grote gemeenten, en neergelegd bij de Infrastructuurautoriteit. Ook de taken van bevoegdheden van de WGR+-regio’s worden in de plannen van de minister overgeheveld naar de Infrastructuurautoriteit. De precieze uitwerking van de plannen is nog niet klaar. Het voorstel van de minister maakt deel uit van de plannen voor de bestuurlijke herindeling van de Randstad, waarin onder andere de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland worden samengevoegd. De Infrastructuurautoriteit moet al op 1 januari 2013 van start gaan. Hij komt in twee delen: een voor de Noordvleugel van de Randstad (Amsterdam, Utrecht en Almere) en een voor de Zuidvleugel (Haaglanden en Rijnmond). De taken van Stadsregio Rotterdam en het Stadsgewest Haaglanden gaan naar de zuidelijke Infra-autoriteit. De metrepoolregio Amsterdam gaat op in de noordelijke autoriteit, en gaat daarin waarschijnlijk samenwerken met de gemeentes Utrecht en Almere. Het geld dat deze regio's te besteden hebben, in totaal rond de miljard euro, gaat mee naar de nieuwe infra-autoriteiten. De Infrastructuurautoriteit wordt volgens het kabinet een orgaan waarin provincies en gemeentes samenwerken om te komen tot een samenhangend vervoerssysteem in de regio. “Provincies en gemeentes dienen bevoegdheden en financiële middelen in te brengen en gezamenlijke besluitvorming voor te bereiden, zodat vanuit één punt de aansturing van de stadsgewestelijke mobiliteit wordt verzorgd.” Eerder verklaarde minister Schultz-van Haegen van Infrastructuur en Milieu dat haar een autoriteit voor ogen staat als de New York Port Authority. Dit zelfstandige bestuurslichaam beheert het hele vaar-, spoor-, en wegennet en het openbaar vervoer in de regio New York en New Jersey en financiert alle investeringen zelf uit tolheffing en kaartverkoop. (bron: Nieuwsblad Transport, 14 oktober 2011).
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Provincie nodigt regio's Zuid-Holland uit voor aanpak bestuurlijke drukte
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland nodigen op korte termijn alle regio's in Zuid-Holland uit om de “bestuurlijke spaghetti” aan te pakken. Vermindering van bestuurlijke drukte vergroot de economische slagkracht. De provincie wil invulling geven aan de oproep van het kabinet in de “Visienota Bestuur en Bestuurlijke Inrichting”. Bestuurlijke splitsing Zoals in het regeerakkoord is aangekondigd, heeft het kabinet haar visie uitgebracht op de bestuurlijke organisatie in de Randstad. De provincie Zuid-Holland wil aan de uitwerking meewerken, maar stelt vast dat de visienota onvoldoende richting geeft. Gedeputeerde Staten (GS) constateren dat het kabinet de Randstad als economische motor van Nederland benoemt, maar tegelijkertijd kiest voor een bestuurlijke splitsing van het gebied. “De internationale concurrentieverhoudingen vereisen eerder de vorming van één krachtige metropool dan twee elkaar beconcurrerende stedelijke gebieden,” aldus GS. "Beperkte aanpak bestuurlijke obesitas" Commissaris van de Koningin Jan Franssen: “Het is goed dat de kabinetsvisie er nu ligt. Maar als GS zien wij de visienota wel als een vat vol tegenstrijdigheden en een gemiste kans voor de beweging naar een compacte overheid. Voor de Zuidvleugel komt het kabinet niet verder dan de oproep tot meer samenwerking. Dat is wel een heel beperkte aanpak van de bestuurlijke obesitas in de Randstad. Niettemin gaan we met de oproep van het kabinet aan de slag.” GS vinden het positief dat het kabinet de bestuurlijke verhoudingen verduidelijkt door het afschaffen van de speciale bevoegdheden voor de stadsregio's (WGR+). De provincie Zuid-Holland heeft samen met de steden al de eerste stappen gezet om te komen tot een Infrastructuurautoriteit in de Zuidvleugel. Nieuwe vormen van werken Het regeerakkoord geeft de provincies een duidelijk profiel als de gebiedsregisseur voor de regionaal-economische ontwikkeling. Daarbij stelt het kabinet in zijn visienota dat “het de provincie is die verantwoordelijk is voor de stedelijke ontwikkeling in relatie tot de rest van de provincie”. Vanuit die rol ziet de provincie het als opgave om voor het gehele grondgebied van Zuid-Holland te komen tot nieuwe vormen van werken. Als Den Haag en Rotterdam er daarbij voor kiezen om hun samenwerking te intensiveren als verlengd lokaal bestuur, dan heeft dat de steun van de provincie Zuid-Holland. De provincie wil graag alle regio's bij haar aanpak betrekken. Daarnaast neemt de provincie ook graag de uitnodiging van het kabinet aan om de samenwerking met de zuidelijke buurprovincies te versterken. Daartoe zal de provincie het gesprek met haar partners in de Rijn-Scheldedelta intensiveren. (bron: persbericht provincie Zuid-Holland). Visienota Bestuur en Bestuurlijke Inrichting.
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Forse bevolkingsgroei in de Randstad tot 2025
De bevolking van de Randstadprovincies groeit onverminderd door. Tussen 2010 en 2025 groeit de bevolking in de Randstadprovincies naar verwachting met 700.000, het aantal huishoudens met ruim 400.000. De groei kan op termijn tot meer druk op de woningmarkt leiden aangezien veel gemeenten, ook in groeiregio’s, hun woningbouwplannen vanwege de crisis opgeschort hebben. Dit blijkt uit de nieuwe “Regionale Bevolkings- en Huishoudensprognose 2011-2040” van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het inwonertal van de provincies Noord- en Zuid-Holland, Flevoland en Utrecht groeit tussen 2010 en 2025 naar verwachting met ongeveer 700.000, evenveel als in de afgelopen vijftien jaar. Een groot deel van de bevolkingsgroei heeft plaats in de grote steden. Zo groeit Amsterdam met ruim 110.000 inwoners. Buiten de Randstad ligt de verwachte bevolkingsgroei veel lager: met ongeveer 200.000 extra inwoners tussen 2010 en 2025 ligt de groei de helft lager dan in de afgelopen vijftien jaar. Het inwonertal neemt vooral toe rond een aantal steden met bovenregionale voorzieningen, zoals hogere onderwijsinstellingen. Voorbeelden zijn Groningen, Arnhem/Nijmegen, Zwolle en de Brabantse stedenband. Terwijl de bevolking in een aanzienlijk deel van Nederland blijft groeien, zal de bevolkingskrimp zich tegelijkertijd uitbreiden, vooral in de periferie van Nederland. Een derde van de gemeenten in Nederland krijgt te maken met krimp van 2,5 procent of meer. De totale afname van het inwoneraantal tot 2025 bedraagt in deze gemeenten ruim 180.000 personen. In vier regio’s krimpt de bevolking per saldo tot 2025 aanmerkelijk: de Achterhoek, Zeeuws-Vlaanderen, Oost-Groningen en Delfzijl en omgeving. In die regio’s krimpt de bevolking volgens de prognose met in totaal 25.000 inwoners in de komende vijftien jaar. Op de langere termijn groeit de Randstad naar verwachting door, maar in een lager tempo. Tussen 2025 en 2040 wordt nog een groei van krap 400.000 inwoners voorzien in de vier Randstadprovincies. In de rest van Nederland houden bevolkingsgroei en -krimp elkaar in die periode waarschijnlijk in evenwicht. In deze periode verliezen de eerder genoemde krimpregio’s in de periferie, Limburg en Noord- en Zuidoost-Drenthe volgens de prognose gezamenlijk ongeveer 100.000 inwoners, terwijl de steden buiten de Randstad er juist extra inwoners bij krijgen. Voor de overige regio’s ontstaat onzekerheid met betrekking tot de vraag of er sprake zal zijn van groei, krimp of stabilisatie. (bron: persbericht Planbureau voor de Leefomgeving). Publicatie Planbureau voor de Leefomgeving.
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Hoogspanningsverbinding Kaag en Braassem deels ondergronds
De nieuwe hoogspanningskabel “Randstad 380kV” loopt in Kaag en Braassem slechts voor een klein deel ondergronds. De bovengrondse verbinding komt echter op ruim voldoende afstand van Nieuwe Wetering. Dat hebben minister Verhagen van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) met burgermeester Van der Velde-Menting en wethouder Uit den Boogaard van de gemeente Kaag en Braassem afgelopen week besproken. Hierbij ging het vooral om het uitwisselen van argumenten over het tracé. De nieuwe hoogspanningsverbinding in de Randstad is nodig om de elektriciteitsvoorziening in de Randstad veilig te stellen. Deels ondergronds Om tegemoet te komen aan de zorgen van de mensen in het gebied over het magneetveld van de ondergrondse verbinding, wordt die ter hoogte van Rijpwetering extra diep aangelegd. Boven de grond is dan geen magneetveld meer aanwezig. Vanwege technische beperkingen kan er maximaal 20 kilometer van de totale nieuwe hoogspanningsverbinding in de Randstad ondergronds worden aangelegd. Minister Verhagen kiest voor een tracé dat het minst overlast voor omwonenden betekent. Bestuurlijke afstemming Eind oktober maakt minister Verhagen samen met de minister Schultz van Infrastructuur en Milieu een keuze voor het definitieve tracé. Op 28 oktober is er bestuurlijk overleg met Kaag en Braassem, Haarlemmermeer en de provincies. Dan wordt er gezamenlijk gekeken naar de meest optimale oplossing voor een bovengronds tracé ten westen van Nieuwe Wetering en de ondergrondse kruising van Rijpwetering. Daarna volgen informatieavonden voor burgers. (bron: persbericht ministerie Economische Zaken, Landbouw en Innovatie).
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Dialoog over provinciale rol in recreatieschappen
Gedeputeerde Staten (GS) willen met gemeenten in discussie over haar rol in de natuur- en recreatieschappen in Zuid-Holland. Basis voor de discussie is de nota “Toekomstig beheer van recreatiegebieden”. Hierin worden kaders geschetst voor verandering van de bestuurlijke organisatie van het beheer van de recreatiegebieden en verzelfstandiging van de uitvoerende organisatie Groenservice Zuid-Holland (G.Z-H). Aanleiding voor de herpositionering op de rol en taak van de provincie bij het beheer van de recreatiegebieden vormt het Hoofdlijnenakkoord 2011-2015. Hierin staat dat het beheer van recreatiegebieden efficiënter kan en is ervoor gekozen om de uitvoering over te laten aan gemeenten. In Holland Rijnland gaat het hierbij onder ander om de Vlietlanden, het Valkenburgse Meer, de Klinkenbergerplas, de Kagerzoom, het Oosterduinse Meer en het Ghoybos. Voldoende natuur- en recreatiegebieden zijn van groot belang voor het economisch vestigingsklimaat en het leefklimaat van de inwoners van Zuid-Holland. Om het groene recreatieaanbod en het beheer ervan in de toekomst te waarborgen, is de provincie zich aan het herpositioneren op haar taak en rol in de natuur- en recreatieschappen. De wijziging van de bestuurlijke organisatie en verzelfstandiging heeft geen financiële achtergrond. De nota is toegestuurd aan de 39 direct betrokken gemeenten, waarmee de provincie de dialoog aangaat. Daarbij worden ook andere partners betrokken, zoals de provincies Zeeland en Noord-Brabant en enkele gemeenten. Aan de hand van de uitkomsten bepaalt het college van GS de meest kansrijke alternatieven voor de toekomstige bestuurlijke structuur en voor de verzelfstandiging van de G.Z-H. Tegelijkertijd wordt er onderzocht welke perspectieven er zijn voor de provinciale recreatiegebieden waarvan de provincie eigenaar is. (bron: persbericht provincie Zuid-Holland). Meer informatie: kaart met natuur- en recreatiegebieden en webpagina Recreatie.
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Samen werken aan effectieve jeugdzorg
Gedeputeerde Staten hebben het Uitvoeringsprogramma Jeugd 2012 “Samen werken aan effectieve jeugdzorg” op 4 oktober 2011 vastgesteld. Een structurele versterking van de kwaliteit van de jeugdzorg is de kern. Vertrouwen in de professional en minder bureaucratie zijn belangrijke uitgangspunten. De behoeften van jeugdigen staan zoveel mogelijk aan de basis van het aanbod in de jeugdzorg. Verder moet de aansluiting verbeteren tussen het gemeentelijke preventieve jeugdbeleid, de provinciale jeugdzorg en de nazorg. Dit om wachtlijsten structureel terug te dringen. Ook richten GS zich in 2012 op kwetsbare groepen, zoals tienermoeders en slachtoffers van loverboys. Om de gestelde doelen te bereiken, werken GS samen met de jeugdzorgpartners. Met het oog op de voorgestelde overheveling van provinciale jeugdzorgtaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden naar gemeenten, kiezen GS vanuit het belang van kinderen en gezinnen voor een zorgvuldige overdracht in overleg met instellingen en gemeenten. Tot het moment dat de gemeenten de jeugdzorg overnemen, blijft de provincie de wettelijke taken, planning en financiering van provinciale jeugdzorg, minimaal op het huidige niveau uitvoeren. (bron: persbericht provincie Zuid-Holland) Uitvoeringsprogramma Jeugd 2012.
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Brief Jeugdzorg: noodsituatie bij jeugdbescherming door bezuinigingen
Het Interprovinciaal Overleg (IPO) en Jeugdzorg Nederland waarschuwen in een brief de Tweede Kamer voor een noodsituatie bij de jeugdbescherming en jeugdreclassering. Staatssecretaris Teeven wil voor 2012 een extra bezuiniging op de jeugdbescherming, terwijl de tarieven voor jeugdbescherming en jeugdreclassering in onderzoek zijn bij de Algemene Rekenkamer. In de brief schrijven het IPO en Jeugdzorg Nederland dat het drastisch verlagen van het budget voor 2012 en verder een zware wissel trekt op de onderhandelingen die nog tussen IPO, Jeugdzorg Nederland en V&J moeten plaatsvinden. Eerder concludeerde Deloitte, in opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie, dat hogere tarieven noodzakelijk zijn om de afgesproken werklast van één voogdij per vijftien kinderen te kunnen betalen. Onderzoek Een verlaging van de financiering van de jeugdzorg kan gevolgen hebben voor de kwaliteit van de te leveren zorg aan kinderen met een ondertoezichtstelling (OTS). Momenteel loopt een onderzoek naar de tarieven voor de jeugdbescherming en jeugdreclassering. De briefschrijvers zijn verbaasd dat er tijdens dit onderzoek een bezuiniging op de jeugdbescherming wordt ingeboekt van 19 miljoen euro. (bron: Nieuwsbrief Public Affairs 31/2011). Brief van Jeugdzorg Nederland.
|
 |
 |
|
 |
 |
|
|
 |
 |
 |
 |
Deltaplan Bereikbaarheid voor Haarlemmermeer: “Onbereikbare polder wordt ver buiten Ringvaart gevoeld”
Het college van de gemeente Haarlemmermeer heeft een “Deltaplan voor de Bereikbaarheid” gepresenteerd. Dit plan moet een “duurzame en toekomstvaste” oplossing bieden voor met name het wegennet in de polder, dat te krap bemeten is voor de huidige en toekomstige verkeersstromen. Het plan loopt tot 2030. Het college van Haarlemmermeer zegt dat door de groei van het aantal inwoners en de toename van het autoverkeer de bestaande infrastructuur uit z’n voegen barst. Zo worden regionale routes onbedoeld als lokale hoofdontsluiting gebruikt en rijdt doorgaand verkeer via oude lokale polderwegen door Haarlemmermeer. Er zijn volgens het college nieuwe wegen nodig om een beter functionerend hoofdwegennet te creëren. Een bereikbare Haarlemmermeer is niet alleen van belang voor de inwoners en bedrijven. Verkeerswethouder Michel Bezuijen wijst op de economische spilfunctie van de gemeente: “Als deze polder onbereikbaar is, wordt dat ver buiten de Ringvaart gevoeld.” Het college richt zich met het Deltaplan Bereikbaarheid dan ook tot andere (overheids)partijen. Die moeten aan de uitvoering ervan bijdragen, aldus de wethouder. Voor de korte termijn noemt het college onder meer de Nieuwe Bennerbroekerweg Oost, die de zuidelijke aansluiting op de A4 en de Spoorlaan met elkaar moet verbinden. Ook de aanleg van de Taurusavenue, die de doorstroming op en de bereikbaarheid van de N201 ten goede komt, heeft een plek gekregen in het uitvoeringsprogramma. Het college is ook voorstander van het doortrekken van de N206-N208 in de Bollenstreek naar de Haarlemmermeerse N205 en Nieuwe Bennebroekerweg, en de aanleg van de verbinding N205-N206, die de verkeersdruk in Beinsdorp en Zwaanshoek en op de N201 verlaagt. Deze verbinding is ook belangrijk voor het vrachtvervoer. Openbaar vervoer Voor het ov-netwerk is in het uitvoeringsprogramma onder meer hoogwaardig openbaar vervoer (hov) door het centrum van Hoofddorp, om Hoofddorp-Zuid en een deel van Floriande opgenomen, een hogere frequentie van buslijn 140 en het uitrusten van bushalten met een dynamisch reisinformatiesysteem. (bron: persbericht gemeente Haarlemmermeer).
|
 |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Bijeenkomst “Broodje Europa” over gevolgen nieuwe Europese begroting
De mogelijke en waarschijnlijke gevolgen voor regionale en lokale overheden van de nieuwe begroting van de Europese Unie voor de periode 2014-2020 zijn het onderwerp van het Broodje Europa “Nieuwe Europese begroting, nieuwe kansen of sombere vooruitzichten voor Zuid-Holland?”, dat de provincie organiseert op 26 oktober. De Europese Commissie heeft vlak voor de zomer haar voorstel gepresenteerd voor de nieuwe meerjaren Europese begroting. Hiermee zijn de onderhandelingen tussen de verschillende belanghebbenden gestart. Hoe zit de begroting in elkaar, welke thema's krijgen de aandacht van Brussel en wat zijn de lobbydoelen van de regionale en lokale overheden? Waar zet Zuid-Holland op in, samen met de andere Randstad provincies? Het standpunt van het Interprovinciaal Overleg is dat de regionale overheden een rol moeten behouden als het gaat om de verdeling van de structuurfondsen (bestemd voor regionale ontwikkeling) omdat de provincies verantwoordelijk zijn voor het succes van regionaal economisch beleid. De Tweede Kamer wil minder euro's afdragen aan Brussel en wenst daarom geen structuurfondsen meer te ontvangen voor rijke regio's zoals de Randstad. Aan de hand van stellingen zullen de sprekers de balans opmaken en hun visie geven op de toekomstige scenario's. Lokale overheden en andere regionale partners van de provincie worden ook uitgenodigd deel te nemen aan het debat. Sprekers: - Eric von Breska, Hoofd Unit Economische en Quantitatieve Analyse, Directoraat Generaal Regio, Europese Commissie, gaat in op de voorstellen van de Europese Commissie en de verwachte uitkomsten voor de regionale en lokale overheden.
- Jean-Christophe Spapens, programma-manager Europese en Internationale Zaken (EU/IA) van de provincie Zuid-Holland, bespreekt de behaalde resultaten in Zuid-Holland tijdens de huidige begrotingsperiode.
- Andere sprekers geven hun reactie op stellingen met betrekking tot hun beleidsveld.
De bijeenkomst wordt gehouden van 12.00 tot 14.00 uur in de koffiekamer van het Provinciehuis in Den Haag. Voertaal is Engels. Aanmelden is mogelijk tot 24 oktober via e-mail europa@pzh.nl of tel. 070-441 65 41.
|
 |
 |
|
 |
|
 |