Twitter
You are here: Home Ruimtelijke Agenda Verkeer en Vervoer Rijnlandroute

Rijnlandroute

Minister Schultz van Haegen heeft op 11 april 2011 een bedrag van 97 miljoen euro extra toegezegd voor de aanleg van de RijnlandRoute. Eerder heeft de regio Holland Rijnland haar bijdrage al verdubbeld naar bijna 90 miljoen euro voor de RijnlandRoute. Dit heeft de provincie, en nu dus ook de minister, er toe gebracht om meer geld beschikbaar te stellen. Het gebiedsbudget van het Rijk biedt mogelijkheden voor een goede afstemming tussen bouwen en bewegen.

Gedeputeerd Staten hebben vervolgens op 12 april 2011 de zogeheten tweede fase van de milieueffect rapportage (MER) vastgesteld. Deze wordt vergezeld door een beoordeling van Gedeputeerde Staten. In deze beoordeling wordt geen keuze gemaakt, maar wel een richting aangegeven: het gefaseerde voorkeursalternatief ‘Zoeken naar Balans, variant F. Gegeven het beschikbare budget, het verkeeroplossend vermogen, milieueffecten bij fasering, de maakbaarheid en de risico’s lijkt dit de meest preferente variant en scoort deze in zijn totaliteit beter dan het nog steeds zeer lonkende perspectief van de Churchill Avenue.

Gegeven het bod van minister Schultz van Haegen van 97 miljoen euro extra en de mogelijkheid tot het samentrekken van de rijksmiddelen voor de RijnlandRoute en de RijnGouwelijn is er voldoende zicht op mogelijkheden tot optimalisaties in het ontwerp, zowel verkeerskundig als op het gebied van inpassing. Het streven is dan ook om in de komend jaren van uitwerking te komen tot de realisatie van de compleet uitgevoerde Zoeken naar Balans variant van de RijnlandRoute.

De totale bijdrage vanuit het Rijk voor de Rijnlandroute en de RijnGouwelijn komt met het extra geld op 720 miljoen euro. De provincie en regio verhogen hun bijdrage voor de RijnlandRoute naar 280 miljoen euro. De komende tijd gaan zij aan de slag met de concrete uitwerking van de plannen en het voorbereiden van de besluitvorming in alle bestuurlijke gremia.

Het bod van de minister is een bijdrage in de vorm van een gebiedsgebonden budget. Hiermee mogen de provincie en de regio zelf bepalen hoe zij de rijksbijdrage verdelen over twee grote infraprojecten in de regio; de RijnlandRoute en de RijnGouwelijn. Waarbij de ambities van een goede weg- en hoogwaardige OV-infrastructuur onverminderd de inzet blijft als basis voor de start van de woningbouw in Valkenburg.

Onder de naam RijnlandRoute onderzoekt de provincie Zuid-Holland in samenwerking met de regio Holland Rijnland en het Rijk welke aanpassingen aan het wegennet nodig zijn om de verkeersdoorstroming tussen Leiden en de kust te verbeteren. Het gaat daarbij om de verbinding tussen de A4 en de A44 en de woningbouwlocatie op het voormalige vliegveld Valkenburg.

Noodzaak en aanleiding

De toenemende drukte in deze regio veroorzaakt ernstige files. Hierdoor zijn bedrijven minder bereikbaar en klagen bewoners over sluipverkeer, geluidshinder en stankoverlast. Het ontwikkelen van de RijnlandRoute is van groot maatschappelijk belang, omdat het niet alleen een oplossing biedt voor de onacceptabel slechte bereikbaarheid van de regio, de RijnlandRoute is tevens noodzakelijk voor de woningbouwopgave (met name Valkenburg) en de groei van de werkgelegenheid. Samen met de betrokken gemeenten, bedrijven, bewoners en belangenorganisaties wordt gezocht naar een structurele oplossing die de bereikbaarheid en leefbaarheid verbetert en de ruimtelijke en economische groei stimuleert.

Ook vanuit het Rijk wordt het belang van de RijnlandRoute ingezien. Het Rijk heeft er belang bij te investeren in de regio vanwege de economische ontwikkeling, een gezonde woningmarkt en de doorstroming op het hoofdwegennet. Vijf regionale projecten zijn vervolgens als één project opgenomen in het projectenboek van Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Het gaat om de RijnlandRoute, de RijnGouwelijn, woningbouwlocatie Valkenburg, en het Leiden Biosciencepark. In de periode mei tot en met oktober 2008 hebben de regio Holland Rijnland, de provincie Zuid-Holland en de ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat een gezamenlijke ontwikkelingsvisie voor de regio opgesteld. Op basis hiervan is in het bestuurlijk overleg MIRT van 28 oktober 2008 afgesproken de Integrale Benadering Holland Rijnland (IBHR) verder uit te werken door een gezamenlijke verkenning uit te voeren naar de bereikbaarheid van de regio. De IBHR valt sinds oktober 2009 binnen het Randstad Urgent programma.

Organisatie

Trekker van de RijnlandRoute is de provincie. Daarnaast zijn het Rijk en de regio hier nauw bij betrokken.
De ambtelijke projectorganisatie is vormgegeven in een kerngroep en een projectgroep. De kerngroep bestaat uit het projectmanagement van de provincie en een vertegenwoordiger van Holland Rijnland. De projectgroep bestaat uit de kerngroep uitgebreid met vertegenwoordigers van de gemeenten Katwijk, Leiden, Oegstgeest, Rijnsburg, Valkenburg, Voorschoten, Wassenaar en Zoeterwoude.
Bestuurlijk wordt de RijnlandRoute getrokken door een Stuurgroep, bestaande uit:

  • mw. I. G.M. de Bondt (gedeputeerde, voorzitter)
  • dhr. L.A.W. de Lange (portefeuillehouder Holland Rijnland)
  • dhr. F.F. Blommers (gemeente Voorschoten)
  • dhr. C den Ouden (gemeente Zoeterwoude)
  • dhr. R. Strijk (gemeente Leiden)
  • dhr. M.W.C. Udo (gemeente Katwijk)
  • dhr. E. Klein (secretaris, projectleider)
  • dhr. E. Kiers (programmamanager Verkeer en Vervoer Holland Rijnland)

Naast deze formele lijnorganisatie, bestaat er vanaf oktober 2008 een organisatie vanuit de IBHR, waarbij Rijk, provincie en regio gezamenlijk werken aan de MIRT-verkenning IBHR. Deze verkenning wordt uitgevoerd door een ambtelijke werkgroep en aangestuurd door een ambtelijke regiegroep. Deze groepen kende de afgelopen twee jaar een wisselende samenstelling. Bestuurlijke aansturing vindt plaats via een door Randstad Urgent aangewezen duo: de minister van I&M (eerst Camiel Eurlings en nu Melanie Schultz van Hagen) en de gedeputeerde Verkeer en Vervoer van de provincie Zuid-Holland (eerst Asje van Dijk en nu Ingrid de Bondt).

Huidige stand van zaken

Momenteel zijn er – vanuit de IBHR – nog twee gefaseerde varianten van de Rijnland Route in onderzoek: variant A en F. Deze varianten worden nog onderzocht, waarbij onder andere wordt gekeken naar de verkeerskundige effecten en de financierbaarheid van de maatregelen. Het gesprek hierover tussen minister en gedeputeerde is nog niet afgerond.
Daarnaast loopt er nog een 2e fase MER, waarin de provincie de volgende tracé-alternatieven onderzoekt :

  • N11-west (varianten 2 en 4);
  • Zoeken naar Balans (ongefaseerd en de varianten A en F);

 

(voor meer en actuele informatie, zie ook:
www.zuid-holland.nl/rijnlandroute).

Volledige en uitgebreide chronologie van de Rijnlandroute

Versiedatum: 08 juni 2011